Goede voornemens

Een goed voornemen is het ideale recept voor zelfsabotage. Ik hoor je denken.. hoezo? Het is toch juist een mooie manier om met iets wat beter voor je is, te starten? Klopt, dat is het zeker. En hoe vaak lukt het, om een goed voornemen tot een duurzame nieuwe gewoonte uit te rollen? Helaas is dat niet negen van de tien keer; het zal eerder één op de tien keer zijn. Toch? Een goed voornemen is bedoeld om iets duurzaam aan jezelf te veranderen of verbeteren. Gedrag wat leidt tot een betere gezondheid of een beter persoon. Of gewoon om jezelf te bewijzen dat je het kunt. Waarom is het nodig? We zijn blijkbaar vervallen in gewoontes waarvan we weten dat het niet de beste keuze is. Niet zo gezond. We laten ons verleiden tot minder gezonde keuzes. Op korte termijn prettig, gezellig, lekker of comfortabel, op lange termijn minder fijn. Grappige instelling in onze hersenen die tot destructie kan leiden als we niet uitkijken; we zijn van nature pijnvermijdende wezens, dus alles wat moeite kost of ongemakkelijk is kiezen we niet zo snel. En we zoeken graag datgene op wat leidt tot overleving, dus voeding en voortplanting. Zijn we een beetje in doorgeschoten in deze maatschappij. Hoe komt het dan dat we makkelijk blijven hangen in gewoontes waar we eigenlijk niet blij mee zijn? Omdat er een valkuil in zit.

Eerst geeft het ons iets wat we op een bepaalde manier nodig hebben; vervolgens gaat het macht over ons uitoefenen.

Veel of slecht eten en alcohol moeilijk kunnen laten. Roken of andere verdovende middelen, meer online dan offline leven. Niet genoeg in beweging komen of trainen. Geen goede zelfzorg. Te druk of juist te geïsoleerd leven. Op welke manier dan ook; we proberen ergens méér voor te gaan dan ervoor. Willen onze prioriteiten veranderen. Om te begrijpen waar het gedrag begonnen is, moeten we terug in de tijd. Nog voordat het een gewoonte werd. Wat gaf het ons, ooit? Je kunt er makkelijk op antwoorden; ‘ja, gewoon, dit of dat.. zo ging dat’. Maar op een andere laag is niets toevallig, gewoon of per ongeluk. We zijn in het nu de uitkomst van alles ervoor. Laten we eens helemaal teruggaan naar onszelf als jong kind, die nog helemaal niets te maken had met dat gedrag wat later die valkuil wordt. In wat voor situatie groeiden we op? Wat heeft onze ouders gevormd, en hoe gedroegen ze zich tegen ons? Wat was wel de bedoeling en wat niet? Wat zijn de eerste dingen die we geleerd hebben over onszelf en de wereld om ons heen? Vanaf het allereerste moment toetsen we onszelf aan de reacties van onze opvoeders en omgeving: dit mag wel, dit mag niet. Zó moet het. Wat wordt er gevalideerd en wat wordt afgewezen? Met een beetje pech groei je op in een gezin waar dat zelfs tot agressie komt en met geweld duidelijk gemaakt wordt. In onveiligheid. Veel van onze keuzes zijn gebaseerd op de reacties vanuit onze omgeving, positief en negatief. Het lukt uiteindelijk vaker niet dan wel om je te confirmeren aan de verwachtingen.

We raken meer gewend aan begrenzing, beperkingen en leefregels dan aan onze vrijheid.

Aanpassen is ook evolutionair gezien een beter idee natuurlijk dan authentiek en vrij ontwikkelen, wat minder zekerheden geeft. Vanuit de fricties, ongemakkelijkheden of zelfs trauma van ‘moeten leren’ ontstaan in het onderbewuste denken van ons lichaam innerlijke opvattingen. Het raakt ingeprogrammeerd. Een programmering, als onderdeel van ons systeem als mens, is een kernovertuiging over onszelf of over de wereld. Iets dat je onder bepaalde omstandigheden bent gaan geloven. Ik doe het niet goed, ben niet goed genoeg. Ik ben de liefde en aandacht niet waard. Er is iets mis met mij. Ik ben slecht, dom of zwak. Waardeloos. En ook nog alleen. We horen, helemaal de generaties voor ons, helaas eerder waar we in falen of de schuldige van zijn (‘het komt door jou .. ‘), dan dat we het tegenovergestelde ingeprent krijgen. Dat klinkt misschien somber, maar hoe schitterend fantastisch je al bent zonder dat je ook maar iets hoeft te doen of zijn, lukt bijna alleen in de babytijd. Tegen de tijd dat je meer weerstand gaat bieden wordt je soms een vervelende spiegel. Ik weet nu als moeder zelf hoe moeilijk dat kan zijn. Totale machteloosheid en dan proberen emotioneel beschikbaar en volwassen te blijven is en blijft een uitdaging. Een minderwaardigheidsgevoel wordt helaas sneller geboren dan een stralend gevoel van zelfwaardering en bestaansrecht. Vorige generaties die moeilijke tijden kenden vinden dit ook logischer: je moet weerbaar zijn, bestand raken tegen het leven. Dat wordt op ons geprojecteerd, opgeslagen in ons lijf en in de epigenetica, onderdeel van het energetische veld dat we zijn. Ongetwijfeld zullen we als volwassenen deels hetzelfde doen. Zo jong als we zijn ontdekken we feilloos wat nodig is om kans te maken op die erkenning die we zoeken. Erbij horen, grappig zijn, zelfstandig zijn, hulpvaardig zijn, slim zijn, sterk zijn, succesvol zijn, de organisator zijn, een goede vriend(in) zijn, sportief zijn, bijvoorbeeld. Of door geld, spullen, eten, vakanties en uitjes of sociale contacten. In eerste instantie gaat het ons vaak goed af. We krijgen er een fijn gevoel van. Het tegendeel van de kernovertuiging bewijzen heeft succes.

We halen er iets mee wat we kunnen zien als goed alternatief van liefde. Het levert op.

Gaandeweg kan het lastiger worden en ontstaat een strategie op de strategie; nog wat meer van het nodige. Verdoven, afleiding, eten, meer vermijden, nog aan- of afweziger worden. Toch blijven doen wat we van onszelf verwachten ondanks dat het misschien uitput en we doorhebben dat het niet werkt. Hoe twijfelachtiger het wordt naarmate onze zelfafwijzing groeit, hoe krampachtiger de strategieën worden: we kunnen onszelf continue gaan verantwoorden, verdedigen, perfectionistischer worden, verantwoordelijkheden hoger opnemen, contacten vasthouden, schuld buiten onszelf leggen terwijl we ons eigenlijk schuldig voelen, steeds meer praten, zowel de innerlijke dialoog als in de buitenwereld. (dit laatste rijtje was mijn eigen persoonlijkheid, zoveel jaar geleden. Ik kwam met te weinig levensenergie uit mijn jeugd en kon nooit voldoen aan de standaarden van mijn opgebouwde strategieën. Ik ging handelen vanuit een leegte die steeds erger werd en raakte somber en uitgeput.) Het kunnen schaduwkantjes van onszelf worden die niet meer zozeer het beoogde doel behalen. Het vraagt telkens meer inspanning, waarbij inspanning betekent ook het toezeggen van al die dingen waarbij we makkelijk in het gedrag vervallen wat we eigenlijk niet meer willen, waaronder ‘gewoon gezellig’. Wat haar oorsprong kent als methode, keert zich tegen je en verkrijgt macht over je. Het allerbelangrijkste in dit verhaal en de weg naar de meest duurzame oplossing, begint dan ook bij inzien dat we het zijn gaan doen omdat we het nodig hadden en het de beste manier was om onszelf te helpen als mens. Precies om deze reden kunnen we het dus ook niet zomaar afleggen. Want wanneer zo’n overtuiging eenmaal goed ingenesteld is, wordt het met de bijbehorende strategie een zelfvoorzienend systeem: het patroon.

En patronen doorbreken.. dat is precies wat er nodig is om een goed voornemen te laten slagen.

Het geloof dat we op onbewust niveau zijn gaan aanhangen, is als informatie in ons lichaam opgeslagen en leeft in het onderbewuste door. Ten eerste: een programmering doet maar één ding en dat is zichzelf bevestigen. Wat we ook doen, het is nooit helemaal genoeg. Hoe oncomfortabel ook; dat is wat we zijn gaan geloven en wat we kennen. Dat is het filter op de realiteit geworden, waar ons RAS in de hersenen op gericht is. En als het dan gebeurt, wat betekent dat we dus steeds opnieuw ervaringen hebben waarin we hetzelfde tegenkomen, dan vindt er bekrachtiging plaats van de programmering. Dat we ons niet goed genoeg of afgewezen voelen, niet gezien, niet gehoord, gebruikt, niet gewaardeerd, de zwakste zijn of alleen gelaten worden. Het pijnlichaam groeit. Evenals de strategie. Want dat tenslotte is de instant actie die bezig is met het tegendeel bewijzen. Maar dat wat nog steeds gezocht wordt in het verleden; erkenning, liefde, aanwezigheid, aandacht.. wordt er niet mee gevonden. Bewust gezien kunnen we hier niet zomaar bij én het is mens-eigen, maar ons gedrag ontstaat vanuit strategie en aanpassing.

De crux is dat datgene wat je probeert af te leggen ooit tot stand is gekomen als alternatief voor liefde.

Terug naar goede voornemens. In jou is al een versie aanwezig die tot uiting wil komen, anders kwam je niet met het idee. Mentaal gaan we dat dus niet oplossen, in elk geval niet duurzaam. Het verstand wil wel, maar de opgeslagen info gaat niet mee. Omdat het een onbewust alternatief biedt. Het ons beschermt tegen de ongemakken die eronder zitten. Om dit te veranderen is het belangrijk dat de beweging ontstaat vanuit echte zelfliefde en zelfwaardering. Een herprogrammering van de kernovertuiging. Er helemaal mogen zijn, inclusief onvermogens en weerstanden, en dat ook kunnen voelen. Niets meer hoeven te veranderen. Helaas is dat er collectief veel te weinig. Het ideaalbeeld is te sterk; een ‘hoe hoort het’ bestaat nog steeds en ‘ergens bij horen’ is minstens zo sterk. Het mooier-maak laagje in de wereld wordt steeds lelijker en onechter, maakt steeds meer mensen onzeker. We doen teveel alsof. Wil je duurzaam veranderen, vind je dat moeilijk en verval je steeds in oud gedrag, dan helpt het om terug te gaan naar die periode dat we het nog niet opgegeven hadden. Dat er nog onbegrip en weerstand was op de beweging en projecties van de mensen die ons grootbrachten, in een zoektocht naar beschikbaarheid, erkenning en liefde. Ooit vochten we ervoor en is een deel van ons daar nog steeds. Ooit gaven we het op en namen we troostprijzen aan als alternatief voor liefde. Daar waar de leegte ontstaan is en de afleiding begonnen. Goede hulp is belangrijk, want zelf zit je ook met het denken vast in patronen en alleen het denken lost het niet op. Fysiek en emotioneel moet ook mee.

Toegeven aan- en doorvoelen van de rouw van het gemiste geeft een reset op de programmering.

Mensen zijn vooral mentaal ingesteld en gericht op doen, reageren, oplossen, willen begrijpen, ruimte vullen. Bij heling komt ook de kunst van juist niet-doen kijken, aanvaarding van wat is, ook als het pijnlijk is. Pas als we die delen van onszelf weer kunnen ontmoeten, weggestopt onder de schil die we aan de buitenkant gevormd hebben, weer terug durven in die kwetsbaarheid die er was voordat we die ooit afdichtten met onze strategieën, dat is waar de schat tot diepe innerlijke zelfwaardering verborgen ligt. Als we daar opnieuw kunnen thuiskomen dan zien we direct dat een goed voornemen een illusie is. Een illusie van verbetering, omdat de motivatie niet kwam uit de bron van liefde, maar uit innerlijke constructen om te blijven voldoen. Het is slechts de persoonlijkheid in onszelf die is opgestaan om ons door het leven met al haar uitdagingen te manoeuvreren, maar die ons heeft weggedreven bij de zachtaardige, allesomvattende staten van zijn. Als die persoonlijkheid dirigeert wat ‘we moeten verbeteren vanaf het nieuwe jaar’ komt dat vanuit een energie waar mentale kracht en forcering in zit. Het is zelfsabotage, omdat we ten eerste de patronen voeden die we innerlijk zijn gaan voeren, ten tweede omdat we precies datgene wat we nodig hadden of zijn gaan verwarren met liefde, aan de kant proberen te zetten. De oplossing van toen is ten slotte de valkuil van nu. De ooit gekwetste delen van onszelf zullen er nog gekwetster van raken, bang worden om nog meer kwijt te raken, nog meer vast willen gaan houden of nog harder gaan roepen.

Het oude zeer wat nog in het onderbewuste leeft weer in het bewuste brengen en ruimte geven, vraagt wat.

In veiligheid terugkomen in voelen, wat we steeds minder zijn gaan doen omdat we naar ons hoofd verhuisden. Daar, in dat moment voordat we ooit opgaven of waar we ervoor bleven vechten, komen we weer in aanraking met leven in plaats van overleven en liefde in plaats van een vermomming van liefde. Zo komt er nieuw licht op met een ander, ruimer bewustzijn. De variant die je onvoorwaardelijk neemt zoals je bent, waar je niets hoeft te fiksen aan jezelf, alles van je mag er zijn. Dat verandert alles. Je wordt zelf de volwassene die het niet persoonlijk neemt, niet hoeft te reageren vanuit onvermogens, bij je eigen struggles aanwezig kan blijven met geduld en vertrouwen, hoe onmogelijk we soms ook zijn als mens. Zo kan daar levenskracht terugkomen en een nieuwe voedingsbodem ontstaan voor verandering, omdat de programmering transformeert. En dát heeft de kracht om de strategie af te leggen. Naarmate het vertrouwen in de liefde groeit kan het gevecht om erkenning en voldoen, stoppen. Het is dan liefde van binnenuit geworden, in contact met een heel Zelf, onafhankelijk van de buitenwereld. Het is dan niet meer nodig om te roepen wat we allemaal zouden moeten doen, en wanneer, inclusief goede voornemens. Deze vernieuwde liefde in onszelf zou hierom glimlachen, beter weten.

Voelen wat de beste keuze is – gewoon in het Nu. Nu doe ik het anders, of niet. In elk geval niet pas overmorgen.

Eigenaarschap. Geen slachtofferschap meer van het gedrag wat macht over je wist uit te oefenen. We zijn al heel en hoeven niet meer om ons heen te grijpen naar bepaalde zaken, want we zien dat het een vertroebeling is van de werkelijkheid. Ineens kunnen we iets laten staan of ergens voor gaan, wat eerder niet lukte. In zelfliefde- en waardering zit prioriteit. In deze bron zijn we in staat om de moeilijkste patronen op te lossen. Voor mij was het de enige manier om mijn fysieke en mentale ongezondheid – na zoveel geprobeerd te hebben met mislukking en bevestiging op de programmering dat ik niet te helpen was- op te lossen. Het vergt toewijding en is geen quick-fix. Ingesleten paden in onze hersenen kunnen ons soms nog even misleiden, waarbij het nodig is om de nieuwe wijsheid te trainen. Maar het energetische patroon is veranderd, het onderbewuste denken verandert, onze filters op de werkelijkheid veranderen. Waar we mee resoneren verandert. Het brandpunt van bewustzijn wordt gericht op op de groei van kwaliteiten die verborgen zijn geraakt, op onze gezondheid, op de ultieme beleving van een lichaam hebben en er zorg voor dragen. Maar niet geforceerd. Eureka; dit is waar het werkelijk om gaat in een leefmodus in plaats van een overleefmodus. Eenmaal afgestemd op de innerlijke wijsheid en waarde, verandert de buitenwereld mee. Je transformatie zal ofwel anderen inspireren, ofwel anderen afstoten als het wordt afgewezen vanuit eigen projecties. We voelen weer, maar zijn ongevoeliger voor oordelen van buitenaf. Het is oké. We zijn nu beschikbaar voor onszelf, en vanuit daar ook meer voor anderen.

Goed voornemen, toch?

Liefs, Eva

Aandoening

‘Eén op de acht mensen ter wereld heeft last van een psychische aandoening’. Laten we ons eens richten op het woord ‘aandoening’; zowel fysiek als psychisch. Aan-doening. Wat is je ‘aangedaan‘? Wat is er voor iets op je ‘gedaan’? Zou je je ook niet weer kunnen ‘ontdoen’? Om ervan af te komen, wordt bijna standaard de oplossing gezocht van buitenaf. Je kreeg het, en nu moet ook iets externs ervoor zorgen dat het weer weggaat.

Hoeveel machteloosheid zit hierin..?

Er is wetenschappelijk bewezen dat we de informatie, het wel en wee, van tot wel 7 generaties terug in ons dragen. Ons DNA bevat zelfs het ultieme ‘oer’. Op het moment dat ons bewustzijn incarneert in de goddelijke vonk van de samensmelting van eicel en zaadcel, nemen we de energetische informatie binnen die hele poel van informatie tot ons. Ook datgene wat nog onopgelost is gebleven vormt het mens dat ontstaat. Er is een genetisch geheugen en er ontstaat een aangeleerd geheugen, op basis van wat voorgaande ervaringen gebracht hebben en wat er beschikbaar is uit het genetische geheugen. Junk-DNA? De kans is het grootst dat hier een volwaardige intelligentie in bestaat, die voorbij gaat aan onze menselijke capaciteit om dit te interpreteren. Op het niveau van de ziel betreft het incarneren in een lichaam -met een menselijk woord dat nooit de werkelijke lading kan dekken- een keuze. Het is quantumfysisch simpelweg ‘het meest logische heli-platform’. Leven als mens betekent groei, ervaring, ontwikkeling. Alles groeit en is altijd in beweging. Zo niet, dan gaat het dood. Als we vervolgens op dit aardoppervlak opgroeien en de imprints ontvangen die passen bij die volledige energetische lading, zijn we vervolgens -hulpeloos als baby’s, vaak- van de nare stukken geneigd te denken: ‘Ik krijg dit terwijl ik het niet wil. Het wordt me aangedaan!’ We willen graag shinen in onze kwaliteiten, niet de bagger! Vervolgens gaan we stad en land aflopen om die hulp te ontvangen die we zoeken, om ons uit het lijden van de aandoening te verlossen. Als we daar überhaupt toe in staat zijn, want er zijn ook genoeg (geestes)ziekten waarbij dit niet eens tot de mogelijkheden behoort. Het is onze mind, paradoxaal genoeg datgene wat veel van ons mensen tot slimme, vindingrijke, succesvolle wezens maakt, die ons in samenwerking met onze hersenen vervolgens tot pijnvermijdend, korte-termijn-genotzoekend gedrag aanstuurt. We willen het lijden niet en lange, moeilijke trajecten doen we vaak pas als het noodzaak wordt. Leven of dood.

De strategieën die we opbouwen om om te gaan met hoe het leven zich aandient, laten ons in feite verder afdwalen van het pad van de ziel.
(dat doet dus ook de spirituele opvatting dat alles gaat zoals het zou moeten gaan, teniet. Inderdaad.) Wat als.. het toch anders blijkt te zijn?

Het hele lichaam bevat informatiedragende stromen en signaalcellen bevat. Het ‘weet’ exact wat er ooit gebeurd is, wat er nu gebeurt, slaat continue informatie op. Dit is medische wetenschap. In het onderbewuste wordt alles geregistreerd; the body keeps the score. Vanuit deze diepgelegen fysieke reacties wordt vervolgens de mind beïnvloed. Niet alleen de hersenen maken de gedachten; de hersenen geven een vertaalslag in gedachten van dat wat vanuit het lichaam doorgegeven wordt! Tussen lichaam en geest (mijn voorkeur gaat uit naar de noemer mind in plaats van geest, omdat de geest iets veel ruimers is dan alleen de mind. Het ego is overigens deel van de mind) bestaat tweerichtingsverkeer. Ze beïnvloeden elkaar. Hoe kan welke partij van buitenaf dan ook, nu ooit voor jou ontcijferen wat zich daar in de dieptes van jouw lichaam en geest afspeelt? Welke intelligentie en logica er vooraf is gegaan aan het ontstaan van een klacht of ziekte? Anders dan een of meerdere symptomen bestrijden gebeurt er helaas vaak niet zoveel.. Het lichaam blijft in een modus van ‘willen oplossen’; klachten komen voort uit het feit dat er iets opgelost wil worden. De symptomen van onze ziekte zijn een gevolg. De mind blijft zoeken; het willen be-grijpen kan ons eindeloos bezig houden. We willen iets vastpakken, iets wat ons helpt. Een medicijn. Als deze lagen in ons systeem echter niet gaan samenwerken, komen we hoogstwaarschijnlijk ook niet tot een oplossing. Meer coherentie laten ontstaan vraagt om interoceptie en introspectie. Oftewel: om écht contact te gaan maken met wat er in je leeft. Naar binnen kijken, luisteren, opnieuw leren voelen. Daarvoor dient er opnieuw toegang gevonden te worden tot ‘het voelende’. Dat is vaak afgesloten geraakt door overlevingsstrategieën. Intuïtie te laten groeien door zintuiglijke informatie belangrijker te maken dan wat je mind roept. Het onbewuste bewust maken. De enige die dit kan ont-dekken, ben je zelf, met behulp van mensen die belichaamd zijn in deze wijsheid.

Als we niet leren luisteren naar de fluisteringen van ons lichaam, gaat het uiteindelijk schreeuwen.

Stel dat we, getroffen door iets dat een aandoening genoemd wordt, radicaal beginnen met zeggen: ‘mij wordt niets aangedaan. In een bepaald licht doe ik dit mezelf aan. Wat er hier en nu gebeurt met mij, waar ik last van heb, ben ik daarom bereid om aan te nemen als ‘eigenaar’. Niet als slachtoffer. Waar ik last van heb is er niet voor niets; blijkbaar leefde er iets in mijn onderbewuste dat inmiddels dringend om mijn aandacht vraagt. Iets wat ik eerder niet gehoord heb, of niet heb willen opmerken’. Zo ontstaat er bewustzijn wat ruimer is dan wat het was, een bewustzijn dat kan reiken voorbij de stukken die aan het gillen zijn uit oneerlijkheid, machteloosheid, schuld of schaamte. Er ontstaat een bewustzijn vanuit het niveau van de ziel. Het ‘weten’ wat hierbij hoort, is dat we er niet vanaf hebben te bewegen, maar juist er naartoe. Zielsenergie zoekt naar diepere incarnatie, verder bewegen in het lichaam, door de weerstanden die zich in het lichaam ophouden. Karmisch (uit vorige levens voortkomend), voorouderlijk of uit de jeugd voortkomend. Verdere verwezenlijking, zodat energie weer gaat stromen. Wat zou er dan gebeuren..?

Naar de aandoening toé bewegend: een de-pressie? Wat wordt er onder-drukt? Chronische ontsteking? Wat is daar ont-stoken? In die dieptes bevinden zich pijnstukken; rondom pijnstukken worden strategieën opgebouwd; strategieën proberen te zorgen dat we er niet nogmaals in terecht zullen komen. De mind is in staat ervoor te zorgen dat we hier ver van afdwalen, zo ver dat we de energetische stagneringen wederom blijven mijden in dit leven. Met het overstijgende zielsbewustzijn wordt het mogelijk om meesterschap te nemen over het organisme dat we zijn. Vanaf dat punt willen we niet langer puur pijnvermijdende, genotzoekende wezens zijn die grotendeels gedissocieerd door het leven bewegen. Het wordt mogelijk om naar de pijn toe te bewegen; toe te laten wat zich daar in fight- of freeze mode aan het ophouden is, doorvoelen en ontladen, op die manier dat tot op het niveau van cellen en dna een wezenlijke verandering plaatsvindt. Verandering tot in je DNA, kán. De universele intelligentie die er bestaat in de ware aard, de natuur, de essentie, reikt oneindig verder dan wat we kunnen bedenken als mensheid. Wellicht leidt je helingswerk niet tot de uitkomst zoals die vanuit de mind bedacht was, maar komt er iets uit voort met een heel andere betekenis. Mensen die je nodig hebt voor ware heling zijn niet de mensen met tijdtekort die pillen voorschrijven, alleen praattherapie bieden of slechts één programma teachen als de waarheid. Het zijn de mensen die de belichaamde ervaring van heling zijn geworden. Met een voelbaar bezield bewustzijn, wat de bokkensprongen van de menselijke mind dieper kan doorzien. Waar contact bestaat met het hele systeem, waarbij het lichaam eigenlijk slechts een voertuig is, want de geest, ziel, Spirit, reikt verder dan dat. Het energieveld wat ze zijn bevat de informatie die nodig is om pijn of lijden te transformeren en een vertaalslag te maken voor de mind. Bij te dragen aan de reset, in plaats van de reset te geven. Het veld van de ene persoon faciliteert het veld van de ander.

Want we kunnen een aandoening niet oplossen op hetzelfde niveau als waarop het gecreëerd is.

Bewustzijn heeft de eigenschap om energie te sturen. Hoe ruimer ons ‘bewuste’ bewustzijn wordt, des te krachtiger gaan we het energieveld dat we zijn, ownen. In essentie zijn we al heel, alles wat we nodig hebben is er al. We zijn als mens vaak gewoon te ingewikkeld geraakt totdat er iets blokkeerde. Het vergt moed, discipline en overgave aan het proces, maar door zielsbewustzijn worden we hierin gedragen en begeleid. Herinnerd; ‘ohja, dit was eigenlijk de bedoeling. Dit is de weg. Mijn weg. Om ons zo te kunnen ont-doen van het gevolg van de omstandigheden waardoor we connectie verloren. Regie nemen, in plaats van dat iets regie voert over ons en we daar onze kracht en macht nog aan weggeven. Intuïtief leven.

Dit was, is, mijn weg. Het veld dat ik nu inneem, het bewustzijn dat ik ben. Het filter waardoor ik de wereld nu zie. Mijn waarheid, en ik verkondig niet dé waarheid in pacht te hebben. Als deze woorden resoneren op een manier dat het (bijna..) aantrekkelijk is in plaats van belachelijk, dan ben jij er misschien ook klaar voor. Om werkelijk te kunnen gaan samenwerken met jouw lichaam, mind en geest. Terugwerken. Ont-doen. Heel worden.

Liefs, Eva