Projectie

In het werk als regressietherapeut zie ik regelmatig mensen die last hebben van aanzienlijk trauma. Die graag willen leven, maar nog in een modus van overleven zitten en daardoor niet verder komen. Trauma is niet wat er gebeurde zelf, het is je reactie die eruit voortgevloeid is. Zoals ik eerder mijn eigen weg aflegde ‘uit de problemen’, leerde en heling vond bij mensen wiens energieveld de voor mij juiste informatie bevatte, heb ik daarin nu voldoende beschikbaarheid voor anderen. Het is gewoon een feit: velen van ons hebben een jeugd gehad die niet helemaal de schoonheidsprijs verdient. Gedrag van familie of omgeving, omstandigheden en ervaringen hebben bijgedragen aan een vorming waar we uiteindelijk op een bepaald moment van balen. ‘Het is gewoon zo’ vertellen we onszelf, maar eigenlijk hebben we er last van en hebben we moeite om te bereiken wat we willen.

Toch zijn we geneigd om maar akkoord te blijven gaan met het verhaal zoals het is.

Het kan heel subtiel zijn, want ook het niet-uitgesprokene door de tijd heen kan zich nestelen. Van zaken zoals geweld weten we meteen al dat het tornt aan onze veiligheid, maar vorming ontstaat ook vanuit het onzichtbare. De ouder die geen verantwoordelijkheid neemt, maar vermijdt. Een slecht zelfbeeld heeft en zoveel mogelijk ‘doet zoals het hoort’. Geen oprecht oogcontact maakt, nors is. De broer of zus die altijd gemeen deed. Onze eigen belevingswereld die niet werd geaccepteerd (‘dat soort dingen bestaan niet’). Familiegeheimen. Onderhuidse spanningen. Later in het leven kan dit zich uiten in dat we ons regelmatig tegengewerkt voelen, op welke manier dan ook. Te weinig energie, fysieke klachten. We zijn gewend geraakt aan stress en spanningen, van onszelf of die van anderen. Aan bekritiseerd worden wellicht, of we moesten een rol innemen als verzorger in plaats van kind. Gewoon wegwezen, ook een optie, verdwijnen. Er was niet de support die we hadden kunnen gebruiken en we leerden te dealen met hoe het leven zich aandiende. Onze ‘basisinstellingen’. Eenmaal volwassen geworden definiëren we het met een verhaal erover. Volwassenheid zegt alleen iets over leeftijd, want ons bewustzijn is nog in de energie en tijd van ’toen’ achtergebleven doordat ons lichaam nooit bewust die modus heeft verlaten. Onze reactie erop leeft voort en geeft onbewuste sturing aan ons leven. Er zijn nog altijd de pijn, conclusies en overtuigingen over het leven en onszelf, strategieën van toen. Naar de onderstroom verdrongen weliswaar, maar in ons volwassen jasje nog steeds deel van het energiepatroon dat we leven.

Kernovertuigingen + strategieën = patroon. Hier en nu. Nog steeds. Onbewust.

Proberen te vergeten of bewust verbannen van al het reeds geleefde zal bestaande patronen alleen maar versterken. Omdat er nog niet voldoende zelfbewustzijn is, we nog niet bij machte zijn te veranderen wat we willen, gaan we vaak wijzen naar van alles buiten onszelf. Of beschermen, met een grenzeloze loyaliteit. (met: ‘zo is het nu eenmaal, ze deden wat ze konden’ hebben we vaak niet door dat we daarmee onszelf innerlijk dezelfde terechtwijzing geven als die wij vroeger kregen. We hoeven de strijd niet aan te gaan, het gaat erom dat we onszelf pas echt kunnen zien als we stoppen met de anderen in het verhaal te ontzien). We wijzen naar de mensen die ons of anderen respectloos behandelen. We wijzen naar de mensen die fouten maken. We wijzen naar instanties, situaties, familie, naar wat ons raakt, verdrietig of boos maakt. Naar wat er debet is aan onze eigen situatie of die van anderen. Oneerlijkheid snijdt tot in de ziel. Onrecht, we voelen ons onbegrepen en eenzaam. Terwijl we ondertussen hard ons best doen om er toch het beste van te maken, toch te voldoen aan een bepaald plaatje of een idee wat we hebben over wat we moeten bereiken. ‘Aan mij zal ’t niet liggen’. Maar ondertussen doe je meer dan je denkt.. en is hoe jij de ander afschildert iets waar je vooral jezelf mee aan het definiëren bent.

Er is een groot verschil tussen nu en toen. Vroeger was je misschien machteloos. Afhankelijk. Nu niet meer.

Het is een positie die ik zelf jarenlang met verve heb bekleed. Zo subtiel dat ik lange tijd niets doorhad. Wat ik deed, zonder dat ik daarmee mezelf schuldig maak. Want het gaat hier allesbehalve over schuld. De spiegels die mijn kinderen me gaven werden alleen steeds duidelijker. Mijn lichaam steeds verkrampter. De monologen in mijn hoofd waren echter niet alleen gericht op de buitenwereld; ergens onderweg bij de tweede therapie ontdekte ik dat die criticus die in me leefde, net zo goed op mezelf gericht was. Dat wat ik van mijn omgeving verwachtte, verwachtte ik net zo goed van mezelf. Daar waar ik anderen op afrekende, was ik diep vanbinnen eigenlijk mezelf aan het verwijten. Het is als de schaduw die met ons meebeweegt, maar buiten bereik blijft als we erin willen stappen. Het is is een kwestie van licht, wat naar binnen gericht kan worden in plaats van naar buiten.

Projectie. Daar waar we wijzen naar de ander, wijzen er drie vingers terug naar onszelf.

De onvrede die we op de ander afschuiven, leeft in eigenlijk onszelf. Waar we de ander voor waarschuwen is onze eigen angst. In de samenleving doen we het, het werkt door hele familielijnen heen, onze ouders projecteerden op ons, hun ouders op hen.. En zo nog verder terug. Dus: hoe ver terug willen we wijzen? Er is geen begin en geen eind. Er is alleen het huidige moment van ‘jij’ waar de verandering in kan plaatsvinden. Meestal met hulp, die je kunt aanvaarden op het moment dat voor jou de tijd rijp is. Als ik kijk naar projecties die mij vormden kan ik een hele rij opsommen. Dat ik egoïstisch was, ik moest er zijn voor de ander, geïnteresseerd zijn. Ik moest doorzetten, hard genoeg werken, opschieten, niet piepen. Moest zelfstandig worden, me aanpassen. Mezelf onder controle leren houden. Ruzies tot geweld aan toe, machtsvertoon vanuit machteloosheid, om maar duidelijk te maken waar ik me aan had te confirmeren. En dit is helaas niet ongebruikelijk achter alle huisdeuren. Onze ouders proberen van ons te maken wat ze zelf niet lukt. Of wat ze belangrijk vinden omdat het ze zelf hun bestaansrecht heeft gegeven. Gevolg? Bij mij vooral dat ik ging geloven dat ik slecht was (dit is zo’n kernovertuiging). Maar dat ontdekte ik pas veel later: tot die tijd leefde ik onbewust in de strategieën, het functioneren dat nodig was om te laten zien dat ik heus wel goed was. Geïnteresseerd en attent zijn bijvoorbeeld was belangrijk omdat ik anders dacht dat de ander mij stom en slecht vond, dat ze dan dachten dat ik hen niet waardeerde. Dus ik was die diepe innerlijke negatieve overtuiging eigenlijk steeds aan het weerleggen; zie je wel, ik ben goed. Hard werken en niet piepen: zie je wel, ik ben waardevol. En net zo goed als dat ik zo moest zijn, projecteerde ik dat op anderen. Mijn lijf begon te sputteren.. vermoeidheid, hartritmestoornissen, buikontstekingen, slapeloosheid.. en ga zo maar door. Kun je het hele medische circuit doorlopen, wat ik ook heb gedaan, maar de simpele uitkomst als je daarna nog niet genoeg verder bent gekomen is:

Zo zijn zoals je van anderen leert te moeten zijn, vraagt veel teveel.

Je hebt dus af te leggen wat je allemaal niet bent, om te ontdekken wat je wel bent. Ook hier komt ‘het verhaal waarmee je akkoord gaat’ om de hoek kijken als je goed oplet: hoe groot is de kans dat je nu een standpunt wilt gaan verdedigen bijvoorbeeld? Dat is een verhaal, neem het maar eens onder de loep. Welke overtuigingen kun je vinden? Natuurlijk hebben kinderen sturing nodig. Ze leren continue. Zelf ruimte nodig hebben om te bepalen, te struikelen, opnieuw op te staan. Oprechte interesse in hun belevingswereld, zonder oordeel of belering. Van mensen die gezond voorleven, niet alleen voor-vertellen. Die bestaansrecht voelen zonder dat dit gaat over beroep of bezit. Zichzelf liefhebben en vertrouwen. Dus waar ging dat mis, is de vraag als dit niet lukt vooral. Kinderen hebben die bron van vertrouwen nodig in hoe ze zijn, wie ze zijn. Vanuit vertrouwen kunnen ze meer groeien dan vanuit geprojecteerde angsten. Tot bloei komen op een eigen, unieke manier. Hier zijn vaak niet eens woorden voor nodig, het is een energetische bedding. Bovendien leren kinderen ons nog meer: kunnen wij ons helemaal vrij voelen, durven bewegen, ruimte innemen, tijd vergeten, lol hebben, werkelijk verwonderen? Hoewel we volwassen zijn, kunnen we ons eigen kind-zijn op een positieve en gezonde manier her-inneren.

Dat is de schoonheid die we weer terugvinden als het pijnlijke verdwijnt.

In het zelfonderzoek kunnen we bewegen van slachtofferschap naar eigenaarschap: de ander deed dat misschien; maar ik nam het aan voor waar, ging het geloven en paste mijn gedrag erop aan. Met eenzaamheid tot gevolg. Want als je kind bent, twijfel je niet zozeer aan de volwassenen, eerder aan jezelf. We zijn afhankelijk en er gewoon niet tegen opgewassen. ‘Als iedereen zo doet, zal ik wel gek zijn’. Maar wat weten de meeste mensen nou echt van zichzelf? Stel je eens voor, dat ‘Projectie’ een vak op de middelbare school zou zijn.. Hoeveel kinderen zouden dan het leven beter gaan begrijpen? Het zou al helpen zelfs terwijl je nog niets kunt veranderen. Als de tijd rijp is, kan de aandacht naar binnen toe keren om te durven kijken wat daar is, wat nooit is opgelost en onze vorming mede bepaald heeft. Om te ontdekken dat als we alles afleggen wat we ooit aangenomen hebben we daaronder juist heel mooi zijn. We veel wijsheid hebben opgedaan in het lijden en onze levensweg en deze dan ook helemaal kunnen nemen voor wat deze is. Dat onze waarde niet bepaald wordt door anderen, maar dat we in essentie allemaal een gelijke uitdrukking van het leven zelf zijn, in de vorm van een mens. Dat de ontspanning die het oplevert ons paradoxaal genoeg juist voorziet van betere, maar wel authentiekere kwaliteiten. Het vraagt ook wat om te zeggen dat je niet meer het product bent van je verleden; het is ten slotte ook heel spannend om terug in je kracht te komen en te gaan zijn zoals je wilt zijn, onafhankelijk de mening of beoordeling van anderen. Deze weg in het leven, verdwalen en de weg terugvinden, dat is pas een prijs.
Deze heb ik ook gewonnen, al was het niet in de vorm van een beker of lintje. Veel beter dan dat. Onbetaalbaar.


Liefs, Eva

Goede voornemens

Een goed voornemen is het ideale recept voor zelfsabotage. Ik hoor je denken.. hoezo? Het is toch juist een mooie manier om met iets wat beter voor je is, te starten? Klopt, dat is het zeker. En hoe vaak lukt het, om een goed voornemen tot een duurzame nieuwe gewoonte uit te rollen? Helaas is dat niet negen van de tien keer; het zal eerder één op de tien keer zijn. Toch? Een goed voornemen is bedoeld om iets duurzaam aan jezelf te veranderen of verbeteren. Gedrag wat leidt tot een betere gezondheid of een beter persoon. Of gewoon om jezelf te bewijzen dat je het kunt. Waarom is het nodig? We zijn blijkbaar vervallen in gewoontes waarvan we weten dat het niet de beste keuze is. Niet zo gezond. We laten ons verleiden tot andere dingen. Op korte termijn prettig, gezellig, lekker of comfortabel, op lange termijn minder fijn. Grappige instelling in onze hersenen die tot destructie kan leiden als we niet uitkijken; we zijn van nature pijnvermijdende wezens, dus alles wat moeite kost of ongemakkelijk is kiezen we niet zo snel. En we zoeken graag datgene op wat leidt tot overleving, dus voeding en voortplanting. Zijn we een beetje in doorgeschoten in deze maatschappij. Hoe komt het dan dat we makkelijk blijven hangen in gewoontes waar we eigenlijk niet blij mee zijn? Omdat er een valkuil in zit.

Eerst geeft het ons iets wat we op een bepaalde manier nodig hebben; vervolgens gaat het macht over ons uitoefenen.

Veel of slecht eten en alcohol moeilijk kunnen laten. Roken of andere verdovende middelen, meer online dan offline leven. Niet genoeg in beweging komen of trainen. Geen goede zelfzorg. Te druk of juist te geïsoleerd leven. Op welke manier dan ook; we proberen ergens méér voor te gaan dan ervoor. Willen onze prioriteiten veranderen. Om te begrijpen waar het gedrag begonnen is, moeten we terug in de tijd. Nog voordat het een gewoonte werd. Wat gaf het ons, ooit? Je kunt er makkelijk op antwoorden; ‘ja, gewoon, dit of dat.. zo ging dat’. Maar op een andere laag is niets toevallig, gewoon of per ongeluk. We zijn in het nu de uitkomst van alles ervoor. Laten we eens helemaal teruggaan naar onszelf als jong kind, die nog helemaal niets te maken had met dat gedrag wat later die valkuil wordt. In wat voor situatie groeiden we op? Wat heeft onze ouders gevormd, en hoe gedroegen ze zich tegen ons? Wat was wel ‘de bedoeling’ en wat niet? Wat hebben we geleerd over onszelf en de wereld om ons heen? Vanaf het allereerste moment toetsen we onszelf aan de reacties van onze opvoeders en omgeving: dit mag wel, dit mag niet. Zó moet het. Wat wordt er gevalideerd en wat wordt afgewezen? Met een beetje pech groei je op in een gezin waar dat zelfs tot agressie komt en met geweld duidelijk gemaakt wordt. In onveiligheid. Veel van onze keuzes zijn gebaseerd op de reacties vanuit onze omgeving, positief en negatief. Het lukt uiteindelijk vaker niet dan wel om je te confirmeren aan de verwachtingen.

We raken meer gewend aan begrenzing, beperkingen en leefregels dan aan onze vrijheid.

Aanpassen is ook evolutionair gezien een beter idee dan authentiek en vrij ontwikkelen, wat minder zekerheden geeft. Vanuit de fricties, ongemakkelijkheden of zelfs trauma ontstaan in het onderbewuste denken van ons lichaam innerlijke opvattingen. Het raakt ingeprogrammeerd. Een programmering, als onderdeel van ons systeem als mens, is een kernovertuiging over onszelf of over de wereld. Iets dat je onder bepaalde omstandigheden bent gaan geloven. Ik doe het niet goed, ben niet goed genoeg. Ik ben de liefde en aandacht niet waard. Er is iets mis met mij. Ik ben slecht, dom of zwak. Waardeloos. Of alleen. We horen, helemaal de generaties voor ons, helaas eerder waar we in falen of de schuldige van zijn (‘door jou voel ik me .. ‘), dan dat we het tegenovergestelde ingeprent krijgen. Dat klinkt misschien somber, maar laten weten hoe schitterend fantastisch je al bent zonder dat je ook maar iets hoeft te doen of zijn, lukt bijna alleen in de babytijd. Tegen de tijd dat je meer weerstand gaat bieden wordt je soms een vervelende spiegel. Ik weet nu als moeder zelf hoe moeilijk dat kan zijn. Totale machteloosheid met een driftig kind; proberen emotioneel beschikbaar en volwassen te blijven is en blijft een uitdaging. Een minderwaardigheidsgevoel wordt helaas sneller geboren dan een stralend gevoel van zelfwaardering. Vorige generaties die moeilijke tijden kenden vinden dit ook logischer: je moet weerbaar zijn, bestand raken tegen het leven. Dat wordt op ons geprojecteerd, opgeslagen in ons lijf en in de epigenetica, onderdeel van het energetische veld dat we zijn. Ongetwijfeld zullen we als volwassenen deels hetzelfde doen. Zo jong als we zijn ontdekken we feilloos wat nodig is om kans te maken op die erkenning die we zoeken. Erbij horen, grappig zijn, zelfstandig zijn, hulpvaardig zijn, slim zijn, sterk zijn, succesvol zijn, de organisator zijn, een goede vriend(in) zijn, sportief zijn.. Of door geld, spullen, eten, vakanties en uitjes of sociale contacten. In eerste instantie gaat het ons vaak goed af. We krijgen er een fijn gevoel van. Het tegendeel van de kernovertuiging bewijzen heeft succes.

We halen er iets mee wat we kunnen zien als goed alternatief van liefde. Het levert op.

Gaandeweg kan het lastiger worden en ontstaat ‘een strategie op deze strategie’. Nog wat meer van het nodige; een schepje erbij. Verdoven, afleiding, eten, meer vermijden, nog aan- of afweziger worden. Toch blijven doen wat we van onszelf verwachten ondanks dat het misschien uitput en we doorhebben dat het niet werkt. Hoe twijfelachtiger het wordt naarmate onze zelfafwijzing groeit, hoe krampachtiger de strategieën worden: we kunnen onszelf continue gaan verantwoorden, verdedigen, perfectionistischer worden, verantwoordelijkheden hoger opnemen, contacten vasthouden, schuld buiten onszelf leggen terwijl we ons eigenlijk schuldig voelen, steeds meer praten, zowel de innerlijke dialoog als in de buitenwereld. (dit laatste rijtje was mijn eigen persoonlijkheid, zoveel jaar geleden. Ik kwam met te weinig levensenergie uit mijn jeugd en kon nooit voldoen aan de standaarden van mijn opgebouwde strategieën. Ik ging handelen vanuit een leegte die steeds erger werd en raakte somber en uitgeput.) Het worden schaduwkantjes van onszelf die niet meer zozeer het beoogde doel behalen. Het vraagt telkens meer inspanning, waarbij inspanning betekent ook het toezeggen van al die dingen waarbij we makkelijk in het gedrag vervallen wat we eigenlijk niet meer willen, waaronder ‘gewoon gezellig’. Wat haar oorsprong kent als methode, keert zich tegen je en verkrijgt macht over je. Het allerbelangrijkste in dit verhaal en de weg naar de meest duurzame oplossing, begint dan ook bij inzien dat we het zijn gaan doen omdat we het nodig hadden en het de beste manier was om onszelf te helpen als mens. Precies om deze reden kunnen we het dus ook niet zomaar afleggen. Want wanneer zo’n diepere kernovertuiging eenmaal goed ingenesteld is, wordt het met de bijbehorende strategie een zelfvoorzienend systeem: een patroon.

En patronen doorbreken.. dat is precies wat er nodig is om een goed voornemen te laten slagen.

Het geloof dat we op onbewust niveau zijn gaan aanhangen, is als informatie in ons lichaam opgeslagen en leeft in het onderbewuste door. Ten eerste: een programmering doet maar één ding en dat is zichzelf bevestigen. Wat we ook doen, het is nooit helemaal genoeg. Hoe oncomfortabel ook; dat is wat we zijn gaan geloven en wat we kennen. Dat is het filter op de realiteit geworden, waar ons RAS in de hersenen op gericht is. En als het dan gebeurt, wat betekent dat we dus steeds opnieuw ervaringen hebben waarin we hetzelfde tegenkomen, dan vindt er bekrachtiging plaats van de programmering. Dat we ons niet goed genoeg of afgewezen voelen, niet gezien, niet gehoord, gebruikt, niet gewaardeerd, de zwakste zijn of alleen gelaten worden. Vaak verborgen in het laagje wat eromheen zit: boosheid, schaamte, nonchalance, rationalisering.. Het pijnlichaam groeit. Evenals de strategie. Want dat tenslotte is de instant actie die bezig is met het tegendeel bewijzen. Maar dat wat nog steeds gezocht wordt in het verleden; erkenning, liefde, aanwezigheid, aandacht, zonder de voorwaarden van toen.. wordt er niet mee gevonden. Bewust gezien kunnen we hier niet zomaar bij én het is mens-eigen, maar ons gedrag ontstaat vanuit strategie en aanpassing.

De crux is dat datgene wat je probeert af te leggen ooit tot stand is gekomen als alternatief voor liefde.

Terug naar goede voornemens. In jou is al een versie aanwezig die tot uiting wil komen, anders kwam je niet met het idee. Mentaal gaan we dat dus niet oplossen, in elk geval niet duurzaam. Het verstand wil wel, maar de opgeslagen info gaat niet mee. Omdat het een onbewust alternatief biedt. Het ons beschermt tegen de ongemakken die eronder zitten. Om dit te veranderen is het belangrijk dat de beweging ontstaat vanuit echte zelfliefde en zelfwaardering. Een herprogrammering van de kernovertuiging. Er helemaal mogen zijn, inclusief onvermogens en weerstanden, en dat ook kunnen voelen. Niets meer hoeven te veranderen. Helaas is dat er collectief veel te weinig. Het ideaalbeeld is te sterk; een ‘hoe hoort het’ bestaat nog steeds en ‘ergens bij horen’ is minstens zo sterk. Het mooier-maak laagje in de wereld wordt steeds lelijker en onechter, maakt steeds meer mensen onzeker. We doen teveel alsof. Wil je duurzaam veranderen, vind je dat moeilijk en verval je steeds in oud gedrag, dan helpt het om terug te gaan naar die periode dat je het nog niet opgegeven had. Dat er nog het onbegrip en weerstand was op de beweging en projecties van de mensen die ons grootbrachten, in een zoektocht naar beschikbaarheid, erkenning en liefde. Ooit vochten we ervoor en is een deel van ons daar nog steeds. Ooit gaven we het op en namen we troostprijzen aan als alternatief voor liefde. Daar waar de leegte ontstaan is en de afleiding begonnen. Goede hulp is belangrijk, want ook met het denken zitten we vast in patronen en alleen het denken lost het niet op. Fysiek en emotioneel moet ook mee.

Toegeven aan- en doorvoelen van de rouw van het gemiste geeft een reset op de programmering.

Mensen zijn vooral mentaal ingesteld en gericht op doen, reageren, oplossen, willen begrijpen, ruimte vullen. Bij heling komt ook de kunst van juist niet-doen kijken, aanvaarding van wat is, ook als het pijnlijk is. Pas als we die delen van onszelf weer kunnen ontmoeten, weggestopt onder de schil die we aan de buitenkant gevormd hebben, weer terug durven in die kwetsbaarheid die er was voordat we die ooit afdichtten met onze strategieën, dat is waar de schat tot diepe innerlijke zelfwaardering verborgen ligt. Als we daar opnieuw kunnen thuiskomen dan zien we direct dat een goed voornemen een illusie is. Een illusie van verbetering, omdat de motivatie niet kwam uit de bron van liefde, maar uit innerlijke constructen om te blijven voldoen. Het is slechts de persoonlijkheid in onszelf die is opgestaan om ons door het leven met al haar uitdagingen te manoeuvreren, maar die ons heeft weggedreven bij de zachtaardige, allesomvattende staten van zijn. Als die persoonlijkheid dirigeert wat ‘we moeten verbeteren vanaf het nieuwe jaar’ komt dat vanuit een energie waar mentale kracht en forcering in zit. Het is zelfsabotage, omdat we ten eerste de patronen voeden die we innerlijk zijn gaan voeren -‘moeten verbeteren’-, ten tweede omdat we precies datgene wat we nodig hadden of zijn gaan verwarren met liefde, aan de kant proberen te zetten. De oplossing van toen is ten slotte de valkuil van nu. De ooit gekwetste delen van onszelf zullen er nog gekwetster van raken, bang worden om nog meer kwijt te raken, nog meer vast willen gaan houden of nog harder gaan roepen.

Het oude zeer wat nog in het onderbewuste leeft weer in het bewuste brengen en ruimte geven, vraagt wat.

In veiligheid terugkomen in voelen, wat we steeds minder zijn gaan doen omdat we naar ons hoofd verhuisden. Daar, in dat moment voordat we ooit opgaven of waar we ervoor bleven vechten, komen we weer in aanraking met leven in plaats van overleven en liefde in plaats van een vermomming van liefde. Zo komt er nieuw licht op met een ander, ruimer bewustzijn. De variant die je onvoorwaardelijk neemt zoals je bent, waar je niets hoeft te fiksen aan jezelf, alles van je mag er zijn. Dat verandert alles. Je wordt zelf de volwassene die het niet persoonlijk neemt, niet hoeft te reageren vanuit onvermogens, bij je eigen struggles aanwezig kan blijven met geduld en vertrouwen, hoe onmogelijk we soms ook zijn als mens. Zo kan daar levenskracht terugkomen en een nieuwe voedingsbodem ontstaan voor verandering, omdat de programmering transformeert. En dát heeft de kracht om de strategie af te leggen. Naarmate het vertrouwen in de liefde groeit, kan het gevecht stoppen. Het is dan liefde van binnenuit geworden, in contact met een heel Zelf, onafhankelijk van de buitenwereld. Het is dan niet meer nodig om te roepen wat we allemaal zouden moeten doen, en wanneer, inclusief goede voornemens. Deze vernieuwde liefde in onszelf zou hierom glimlachen, beter weten.

Voelen wat de beste keuze is – gewoon in het Nu. Nu doe ik het anders, of niet. In elk geval niet pas overmorgen.

Eigenaarschap. Geen slachtofferschap meer van het gedrag wat macht over je wist uit te oefenen. We hoeven niet meer om ons heen te grijpen naar bepaalde zaken, want we zien dat het een vertroebeling is van de werkelijkheid. Ineens kunnen we iets laten staan of ergens voor gaan, wat eerder niet lukte. In zelfliefde- en waardering zit prioriteit. In deze bron zijn we in staat om de moeilijkste patronen op te lossen. Voor mij was het de enige manier om mijn fysieke en mentale ongezondheid – na zoveel geprobeerd te hebben met mislukking, inclusief bevestiging op de programmering dat ik niet te helpen was- op te lossen. Het vergt toewijding en is geen quick-fix. Ingesleten paden in onze hersenen kunnen ons soms nog even misleiden, waarbij het nodig is om de nieuwe wijsheid te trainen. Maar het energetische patroon is veranderd, het onderbewuste denken verandert, onze filters op de werkelijkheid veranderen. Waar we mee resoneren verandert. Het brandpunt van bewustzijn wordt gericht op op de groei van kwaliteiten die verborgen zijn geraakt, op onze gezondheid, op de ultieme beleving van een lichaam hebben en er zorg voor dragen. Maar niet geforceerd. Eureka; dit is waar het werkelijk om gaat in een leefmodus in plaats van een overleefmodus. Eenmaal afgestemd op de innerlijke wijsheid en waarde, verandert de buitenwereld mee. Je transformatie zal ofwel anderen inspireren, ofwel anderen afstoten als het wordt afgewezen vanuit eigen projecties. We voelen weer, maar zijn ongevoeliger voor oordelen van buitenaf. Het is oké. We zijn nu beschikbaar voor onszelf, en vanuit daar ook meer voor anderen.

Goed voornemen, toch?

Liefs, Eva