Spijt

Spijt is onverwerkt verdriet. Zo. Nu hoef je eigenlijk niet eens meer verder te lezen. Dit is de essentie van het verhaal. Lees vooral verder als je de gelaagdheid ervan interessant vindt. Spijt kan zo pijnlijk zijn, dat het een leven lang, zelfs levens lang, wordt meegedragen. Gezeuld. Bij een kind is er nog heel goed te zien wat er plaatsvindt; er gebeurt iets waarvan het kind iets anders had gehoopt. Een werkje wordt minder mooi, speelgoed gaat kapot of iets wat ze doen laat iemand die ze graag bij zich hebben, van hen weg bewegen. Een knoop zet zich vast van binnen; de wens dat ze iets anders hadden gedaan geeft een drukkend, knijpend, bijna misselijkmakend gevoel.

‘Ik heb iets niet goed gedaan’, wat heeft dit voor gevolgen?

Het mogelijke niet-geaccepteerd worden triggert onze diepste angsten; afgewezen worden, ergens niet meer bij horen, afgesneden worden van een fijne verbinding. Helaas is de reactie van de omgeving niet altijd even helend. Een ‘zo erg is het niet’ als er iets mislukt is, een sjagrijnige, afwijzende reactie als er iets kapot is of bijvoorbeeld een ‘tja, eigen schuld’. Wat er gebeurt is dat er een laag als een sluier over de spijt valt. Als er bagatelliserend wordt gereageerd is de intentie wellicht goed. Er is de wens om het nare gevoel en de emotie die gepaard gaat met de spijt, te stoppen. Goed bedoeld, maar het gevoel is helaas niet zomaar weg, terwijl iemand wel suggereert dat het kind zich eroverheen kan zetten. Een splijting vindt plaats; enerzijds doet het kind dit, want dit is blijkbaar de bedoeling. Al helemaal als er voor goede afleiding wordt gezorgd (lees; troostvoer of iets anders leuks). Anderzijds leert het kind het eigen gevoel als niet-leidend te zien; dit mag er niet zijn. Dit gaat ten koste van de verbinding met ‘het zelf.’

‘Wat ik voel, klopt niet’, zou de onbewuste imprint kunnen zeggen.

Wanneer de ouder of opvoeder reageert met boosheid raakt het eigen gevoel overspoeld door de boosheid van de ander en is er helemaal geen ruimte meer voor het gevoel van het kind. Sterker nog, in alle kwetsbaarheid komt de boosheid binnen- maar vertrekt niet meer. Dat noemen we bij therapie ‘internalisatie’. Het kind gaat de emoties van anderen opslaan, alsof er een onbewuste opdracht leeft dit te moeten of kunnen oplossen voor de ander. Een stuk extra lading bovenop iets wat in de basis al pijn gaf, en spijt opleverde. Het laatste voorbeeld, de ‘tja eigen schuld’, is als een grote schep extra op het verdriet dat er al was: de ultieme voeding voor zelfafwijzing. Het onbewuste idee niet goed genoeg te zijn, slecht of dom te zijn, nestelt zich al snel in ons systeem en vindt bevestiging in de daarop volgende situaties.

De overtuiging blijft sudderen en kan gedurende het verdere leven zorgen voor patronen waarbij we ver bij onszelf vandaan bewegen.

Ter voorkoming van nieuwe situaties waar deze pijn, dit verdriet of de woede uit voortkomen. Ter voorkoming van de afwijzing. Ver van authenticiteit vandaan, in onbewuste constructen die ervoor moeten zorgen dat we voor altijd dus wel goed genoeg zijn. Bij volwassenen herkennen we dan ook niet snel meer de pure kwetsbaarheid en de uiting van gevoelens die het met zich meebrengt. We worden slim, sterk, attent, sportief, geïnformeerd, intellectueel, grappig, dommig, enthousiast, rijk, succesvol, handig, hulpvaardig; er zijn vele, vele vormen waarmee we in het leven een persoonlijkheid zijn die goed gewaardeerd kan blijven worden. En daarmee veilig. Soms doen we eerder het tegenovergestelde: woedend worden op de ander, die ons weet terug te drijven in dit gevoel, met zijn/haar gedrag. Oorzaken buiten zichzelf gaan leggen en het wijzen met de vinger naar anderen wordt dan een veelgebruikte manier. Maar ze ontstaan helaas uit de pijn van afwijzing en vooral: het niet meer willen of zelfs kunnen voelen ervan. Er is geen goed contact meer met de diepere laag. Eenmaal volwassen zijn we dit allemaal vergeten, het leeft in ons onderbewuste. Maar die gevoelens van ‘toen’ hebben zich ergens vastgezet. Het bewustzijn van toen blijft ergens actief, vraagt om voeding en kost energie.  

Spijt is geen emotie. Spijt is ook niet het gevoel, dat lichaamsgevoel wat hoort bij het verdriet en de pijn die er is. Spijt is puur het vasthouden aan iets.

We roeren erin als een stoofpot, blijvend in de wens dat het anders was gegaan. Als het niet doorvoeld wordt, blijft het pruttelen. Zolang we in de wens kunnen leven dat het anders was gegaan, een soort illusie van hoop, hoeven we niet aan te gaan wat er werkelijk leeft in onszelf. Welke nare gevoelens er werkelijk bij horen. Vergeet niet de mogelijke loyaliteit die er nog bij kan horen; het misplaatste idee ook nog de nare gevoelens voor de ander te moeten helpen voorkomen. We zijn bang dat als de beerput eenmaal open gaat, die gevoelens nooit meer over gaan. Want hoewel de – meestal – iets eenvoudigere ‘kinderzaken’ misschien de kiem waren van dat wat langzaam in ons kon wortelen en zich ging voeden op dat wat het bevestigde, wordt het bij de grotere dingen nog heviger.

Spijt kan levens verwoesten.

We kunnen zo vastbijten in dat wat we niet meer kunnen veranderen, dat we niet meer verder komen. Wellicht beweegt een deel van ons nog wel verder, een ander deel dat het diepe verdriet nog bij zich draagt zit vast in het moment dat het ‘mis ging’. Regressie kun je niet voor niets ook wel ‘terug-naar-het-nu therapie noemen. Hoewel we teruggaan, halen we eerder iets op wat is blijven hangen. Zolang we spijt kunnen voelen, spijt om wat mis ging, om wat niet lukte, om wat we niet konden waarmaken, hoeven we onszelf niet onder ogen te komen. Dus blijven we liever vastzitten. Levens lang kunnen voorbij gaan in deze constructen. Het is de typische ongestorven bagage. Hoeveel mensen sterven er niet met spijt. We zijn zo goed in de dood vergoeilijken; de onmiskenbare ‘het is goed zo’. Als we intappen op het bewustzijn in onze voorouderlijn, dan is de realiteit echter heel anders. Ik ontdekte op mijn weg een enorm ‘spijtstuk’ van mijn moeder. Hoewel ik me allang een voorstelling had kunnen maken van hoe haar levenseinde was geweest was het toch echt heel anders om via een vooroudersessie te ontdekken waar zij nog steeds aan vasthield. Met een lichaam vol morfine als pijnbestrijding was de dood helemaal niet bewust beleefd. Was zij nog altijd in het idee iets te moeten waarmaken, ergens voor te moeten vechten – voor ons. Want aankijken wat er wérkelijk gebeurd was, alles wat er niet gelukt was in haar leven, falen in het moederschap vanwege meerdere verslavingen- die pijn zat zo ver weggestopt dat het door alle destructieve manieren niet eens meer bereikbaar was.

Laat ze nou net een dochter op de wereld hebben gezet wiens blauwdruk niet de weg van destructie, een bekende afslag in mijn familiesysteem, blijkt te zijn. Het bleek de weg van heling. En het absoluut schitterende aan diepe heling is: het verandert ons energieveld dusdanig dat behalve wijzelf, onze kinderen direct gaan meeprofiteren van deze ruimte. De lading die zij dragen verkleint, want wordt niet meer overschaduwd door de bagage van onze ouders. En voorouders. We ontladen spanningen zowel vooruit als terug. Er is moed voor nodig, vertrouwen in je eigen Zijnskracht en goddelijke timing. De poorten in het huidige collectieve bewustzijn staan wagenwijd open. Frequenties zijn toereikend. Wat een tijd. Geen spijt.

Liefs, Eva

Dat wat we willen

Waar komen onze verlangens vandaan? Niet zozeer het grotere plaatje, meer de kleinere, dagelijkse bezigheden. Hoe sterk is het nodig dat het vervuld raakt? Op stap, iets kopen, kijken of eten. Regelmatig sporten of reizen, veel werken. Ervaringen halen zoals met truffels, ademsessies of ayahuasca. Ook onze voorkeuren; veel doen of juist weinig, rust of gezellige drukte, lezen of luisteren, afwisseling of regelmaat: al die dingetjes waarvan je zou kunnen zeggen, ‘zo ben ik’. In eerste instantie is alles gewoon zoals het is, zo vind ik het fijn, zo wil ik het graag doen. We worden er blij van, voelen ons er beter door, het houdt ons in verbinding. Maar ondertussen is er misschien ook een knagend gevoel.. op een andere laag.

Want is het wel echt zo? Zit er niet een verdekt opgestelde ‘urge’ onder verborgen?

Nu wordt het interessant (als je het mij vraagt). Dit zijn de diepere lagen van als persoon op deze wereld zijn. Een briljante aanknoping voor zelfonderzoek. Om te ontdekken of het hier een vrije beweging of een verdekte strategie betreft, kunnen we onszelf het volgende afvragen. Wat als ik het niet meer doe? Niet een keertje hé, maar stel je helemaal voor dat je het allemaal niet meer zou doen. En kom dan met grondig eerlijke antwoorden. Als eerste werpt zich een laag bezwaren op; ‘nou, dan zie ik die vrienden misschien niet meer’, ‘dan mis ik iets’, ‘dan ben ik niet leuk’, dan verveel ik me’, ‘dan verlies ik conditie en word ik slap’, ‘dan bereik ik niks’, ‘dan zit ik vast’, ..dan weet ik niet wat ik moet doen. Oké. Dan is het tijd voor de volgende vraag. En als dat zo is? Voel dan eens goed van binnen, in je lijf. Komt er een onrust omhoog? Word je een beetje geïrriteerd, of juist lacherig? Begint dat ene trekje, wat je van jezelf kent als je een beetje onrustig bent? Dit betekent dat je goed zit. Blijf daarbij en luister dieper.

Je bezigheden helpen je dus deze onrust te vermijden.

Observeer jezelf tijdens dit proces, zonder oordeel. Ontdek jezelf. Dit is ook het punt dat je aandacht wellicht alle kanten op gaat schieten. Want het is helaas zo ontzettend normaal in deze wereld, dat we zorgen dat we weg bewegen van ongemak. We gaan in ons hoofd, in gedachten, in social media of dus in actie… maar: de aandacht gaat weg bij het ongemak in het lichaam. Dit is niet de meest makkelijke conversatie met onszelf, maar wel een van de meest belangrijke! Als we zoeken naar innerlijke rust, tenminste. Hoe kan innerlijke rust ruimte gaan innemen, als de plek bezet is door onrust?
Want eronder kunnen de meest rauwe antwoorden vandaan komen. Dit zijn de gebieden waar we met regressietherapie de poorten kunnen vinden naar het onbewuste verleden. Daar waar we echt eenzaam en alleen waren; daar waar we er niet bij hoorden. Daar waar we voelden dat we eigenlijk altijd net tekortschoten. Daar waar we ons onzichtbaar ervaarden, waardeloos, zwak of slecht.

Daar waar het pijn deed- maar we moesten ermee dealen.

Onze mind en strategieën in het leven zijn zó sterk, dat ze de beste verhalen kunnen opwerpen die de boel meteen weer gaan ‘oppoetsen’. Verantwoorden, verbeteren, zodat het meteen allemaal wel weer meevalt. Be aware on them. Het is goed bedoeld, maar het zijn onze beschermers die het beste met je voorhebben. Maar het is niet wie we werkelijk zijn. We zijn het bewustzijn zelf, dat dit innerlijk kan observeren. Het vergt training, aandachttraining, om onszelf beter te leren kennen en doorzien. Het bewustzijn dat we zijn is puur, eerlijk, wijs en licht. Het geeft ons de mogelijkheid door de strategie heen te kijken, ware gevoelens toe te laten, te vertrouwen dat dat voorbij gaat en dat we er krachtiger uitkomen.
Laat de verhalen die komen dus even voorbij gaan. Want wat er hier zo belangrijk is, is dat we we op deze manier kunnen ontdekken vanuit welke plek in onszelf onze bezigheden komen. Dat wat we willen. Zouden we alles kunnen laten varen en dan nog steeds koers kunnen ervaren en vertrouwen?

Zijn we echt vrij en volledig, ook als we onszelf ‘uitkleden’ tot de kern?

Omdat het hier om zoveel onbewuste processen gaat is de kans heel aanwezig dat dit allemaal niet vanzelf gaat, wie weet kom je wel in een gedachtenmolen terecht die je ook nog eens vertelt dat je eigenlijk meer zou moeten mediteren. (Ben ik overigens erg fan van, want dit is dus aandachttraining. Maar zelfs dit is een ‘mindfuck’, want: als je de oefening doet, ben je eigenlijk al in meditatie. Het gaat namelijk over aandacht hebben voor wat IS, niet het zitten en wachten op rust. Dat is alleen een prettig gevolg van regelmatige aandachttraining). We hebben over het algemeen gewoon niet zo door hoeveel we eigenlijk doen vanuit verborgen ‘pijnen’. Pijnen waar we eigenlijk met een half been nog in staan, maar waar we manieren voor hebben gevonden om het zoveel mogelijk buiten onszelf te houden. Eenmaal doorkrijgen dat het constructen zijn die we ooit ontworpen hebben ter afleiding van iets anders, kan leiden tot een enorme sprong in zelf-ontwikkeling. Mits we onszelf recht durven aankijken, want het kan gevolgen hebben als we eerlijk gaan zijn naar onszelf. Ik ging er zelf ook doorheen en ben nog altijd lerend; wat was het een rollercoaster, toen ik mezelf eenmaal in de gaten had. Nu ervaar ik mezelf vrij, ook al zijn er altijd praktische dingen die moeten gebeuren met een gezin en een leven in deze maatschappij, en pak de momenten die goed voelen.

Maar het hoeft niet meer.

Het kost ook eigenlijk heel veel energie, terwijl we vaak in de paradox leven dat het ons energie geeft. Die dingen, die we doen. Vinden we de mogelijkheid om dit gedrag af te breken ’to the bone’ en door het oude zeer heen te kunnen bewegen, dat is bevrijding. Er kan erkenning plaatsvinden voor dat wat er al die tijd onder leefde. Meer keuzevrijheid in elk moment is een gevolg, en het geeft een beweging waarin we meer trouw kan bestaan aan een groter deel van ‘het Zelf’. Dat is groei. Groei is niet altijd maar doorgaan, of pushen. Groei is ook niet steeds teveel doen en dan weer terugvallen. Groei is als een levensbeweging kan ontstaan vanuit geheelde delen. Misschien doen we wel bijna hetzelfde, maar het is toch heel anders.
We leven dan in meer spirituele staten van zijn zoals flexibel meebewegen, gelijkmoedigheid en vertrouwen. Authentiek zijn en doorzien. In het moment leven. Het blootleggen van onze onbewuste processen en de gidsing door onszelf heen is echt niet zo makkelijk, daarom kun je dit ook aangaan met sessies. Bewustzijn is één, ballast werkelijk afleggen een tweede..

Maar juist de verandermogelijkheid, dat is de ultieme katalysator in onze zielsprocessen!

Liefs, Eva

Aandoening

‘Eén op de acht mensen ter wereld heeft last van een psychische aandoening’. Laten we ons eens richten op het woord ‘aandoening’; zowel fysiek als psychisch. Aan-doening. Wat is je ‘aangedaan‘? Wat is er voor iets op je ‘gedaan’? Zou je je ook niet weer kunnen ‘ontdoen’? Om ervan af te komen, wordt bijna standaard de oplossing gezocht van buitenaf. Je kreeg het, en nu moet ook iets externs ervoor zorgen dat het weer weggaat.

Hoeveel machteloosheid zit hierin..?

Er is wetenschappelijk bewezen dat we de informatie, het wel en wee, van tot wel 7 generaties terug in ons dragen. Ons DNA bevat zelfs het ultieme ‘oer’. Op het moment dat ons bewustzijn incarneert in de goddelijke vonk van de samensmelting van eicel en zaadcel, nemen we de energetische informatie binnen die hele poel van informatie tot ons. Ook datgene wat nog onopgelost is gebleven vormt het mens dat ontstaat. Er is een genetisch geheugen en er ontstaat een aangeleerd geheugen, op basis van wat voorgaande ervaringen gebracht hebben en wat er beschikbaar is uit het genetische geheugen. Junk-DNA? De kans is het grootst dat hier een volwaardige intelligentie in bestaat, die voorbij gaat aan onze menselijke capaciteit om dit te interpreteren. Op het niveau van de ziel betreft het incarneren in een lichaam -met een menselijk woord dat nooit de werkelijke lading kan dekken- een keuze. Het is quantumfysisch simpelweg ‘het meest logische heli-platform’. Leven als mens betekent groei, ervaring, ontwikkeling. Alles groeit en is altijd in beweging. Zo niet, dan gaat het dood. Als we vervolgens op dit aardoppervlak opgroeien en de imprints ontvangen die passen bij die volledige energetische lading, zijn we vervolgens -hulpeloos als baby’s, vaak- van de nare stukken geneigd te denken: ‘Ik krijg dit terwijl ik het niet wil. Het wordt me aangedaan!’ We willen graag shinen in onze kwaliteiten, niet de bagger! Vervolgens gaan we stad en land aflopen om die hulp te ontvangen die we zoeken, om ons uit het lijden van de aandoening te verlossen. Als we daar überhaupt toe in staat zijn, want er zijn ook genoeg (geestes)ziekten waarbij dit niet eens tot de mogelijkheden behoort. Het is onze mind, paradoxaal genoeg datgene wat veel van ons mensen tot slimme, vindingrijke, succesvolle wezens maakt, die ons in samenwerking met onze hersenen vervolgens tot pijnvermijdend, korte-termijn-genotzoekend gedrag aanstuurt. We willen het lijden niet en lange, moeilijke trajecten doen we vaak pas als het noodzaak wordt. Leven of dood.

De strategieën die we opbouwen om om te gaan met hoe het leven zich aandient, laten ons in feite verder afdwalen van het pad van de ziel.
(dat doet dus ook de spirituele opvatting dat alles gaat zoals het zou moeten gaan, teniet. Inderdaad.) Wat als.. het toch anders blijkt te zijn?

Het hele lichaam bevat informatiedragende stromen en signaalcellen bevat. Het ‘weet’ exact wat er ooit gebeurd is, wat er nu gebeurt, slaat continue informatie op. Dit is medische wetenschap. In het onderbewuste wordt alles geregistreerd; the body keeps the score. Vanuit deze diepgelegen fysieke reacties wordt vervolgens de mind beïnvloed. Niet alleen de hersenen maken de gedachten; de hersenen geven een vertaalslag in gedachten van dat wat vanuit het lichaam doorgegeven wordt! Tussen lichaam en geest (mijn voorkeur gaat uit naar de noemer mind in plaats van geest, omdat de geest iets veel ruimers is dan alleen de mind. Het ego is overigens deel van de mind) bestaat tweerichtingsverkeer. Ze beïnvloeden elkaar. Hoe kan welke partij van buitenaf dan ook, nu ooit voor jou ontcijferen wat zich daar in de dieptes van jouw lichaam en geest afspeelt? Welke intelligentie en logica er vooraf is gegaan aan het ontstaan van een klacht of ziekte? Anders dan een of meerdere symptomen bestrijden gebeurt er helaas vaak niet zoveel.. Het lichaam blijft in een modus van ‘willen oplossen’; klachten komen voort uit het feit dat er iets opgelost wil worden. De symptomen van onze ziekte zijn een gevolg. De mind blijft zoeken; het willen be-grijpen kan ons eindeloos bezig houden. We willen iets vastpakken, iets wat ons helpt. Een medicijn. Als deze lagen in ons systeem echter niet gaan samenwerken, komen we hoogstwaarschijnlijk ook niet tot een oplossing. Meer coherentie laten ontstaan vraagt om interoceptie en introspectie. Oftewel: om écht contact te gaan maken met wat er in je leeft. Naar binnen kijken, luisteren, opnieuw leren voelen. Daarvoor dient er opnieuw toegang gevonden te worden tot ‘het voelende’. Dat is vaak afgesloten geraakt door overlevingsstrategieën. Intuïtie te laten groeien door zintuiglijke informatie belangrijker te maken dan wat je mind roept. Het onbewuste bewust maken. De enige die dit kan ont-dekken, ben je zelf, met behulp van mensen die belichaamd zijn in deze wijsheid.

Als we niet leren luisteren naar de fluisteringen van ons lichaam, gaat het uiteindelijk schreeuwen.

Stel dat we, getroffen door iets dat een aandoening genoemd wordt, radicaal beginnen met zeggen: ‘mij wordt niets aangedaan. In een bepaald licht doe ik dit mezelf aan. Wat er hier en nu gebeurt met mij, waar ik last van heb, ben ik daarom bereid om aan te nemen als ‘eigenaar’. Niet als slachtoffer. Waar ik last van heb is er niet voor niets; blijkbaar leefde er iets in mijn onderbewuste dat inmiddels dringend om mijn aandacht vraagt. Iets wat ik eerder niet gehoord heb, of niet heb willen opmerken’. Zo ontstaat er bewustzijn wat ruimer is dan wat het was, een bewustzijn dat kan reiken voorbij de stukken die aan het gillen zijn uit oneerlijkheid, machteloosheid, schuld of schaamte. Er ontstaat een bewustzijn vanuit het niveau van de ziel. Het ‘weten’ wat hierbij hoort, is dat we er niet vanaf hebben te bewegen, maar juist er naartoe. Zielsenergie zoekt naar diepere incarnatie, verder bewegen in het lichaam, door de weerstanden die zich in het lichaam ophouden. Karmisch (uit vorige levens voortkomend), voorouderlijk of uit de jeugd voortkomend. Verdere verwezenlijking, zodat energie weer gaat stromen. Wat zou er dan gebeuren..?

Naar de aandoening toé bewegend: een de-pressie? Wat wordt er onder-drukt? Chronische ontsteking? Wat is daar ont-stoken? In die dieptes bevinden zich pijnstukken; rondom pijnstukken worden strategieën opgebouwd; strategieën proberen te zorgen dat we er niet nogmaals in terecht zullen komen. De mind is in staat ervoor te zorgen dat we hier ver van afdwalen, zo ver dat we de energetische stagneringen wederom blijven mijden in dit leven. Met het overstijgende zielsbewustzijn wordt het mogelijk om meesterschap te nemen over het organisme dat we zijn. Vanaf dat punt willen we niet langer puur pijnvermijdende, genotzoekende wezens zijn die grotendeels gedissocieerd door het leven bewegen. Het wordt mogelijk om naar de pijn toe te bewegen; toe te laten wat zich daar in fight- of freeze mode aan het ophouden is, doorvoelen en ontladen, op die manier dat tot op het niveau van cellen en dna een wezenlijke verandering plaatsvindt. Verandering tot in je DNA, kán. De universele intelligentie die er bestaat in de ware aard, de natuur, de essentie, reikt oneindig verder dan wat we kunnen bedenken als mensheid. Wellicht leidt je helingswerk niet tot de uitkomst zoals die vanuit de mind bedacht was, maar komt er iets uit voort met een heel andere betekenis. Mensen die je nodig hebt voor ware heling zijn niet de mensen met tijdtekort die pillen voorschrijven, alleen praattherapie bieden of slechts één programma teachen als de waarheid. Het zijn de mensen die de belichaamde ervaring van heling zijn geworden. Met een voelbaar bezield bewustzijn, wat de bokkensprongen van de menselijke mind dieper kan doorzien. Waar contact bestaat met het hele systeem, waarbij het lichaam eigenlijk slechts een voertuig is, want de geest, ziel, Spirit, reikt verder dan dat. Het energieveld wat ze zijn bevat de informatie die nodig is om pijn of lijden te transformeren en een vertaalslag te maken voor de mind. Bij te dragen aan de reset, in plaats van de reset te geven. Het veld van de ene persoon faciliteert het veld van de ander.

Want we kunnen een aandoening niet oplossen op hetzelfde niveau als waarop het gecreëerd is.

Bewustzijn heeft de eigenschap om energie te sturen. Hoe ruimer ons ‘bewuste’ bewustzijn wordt, des te krachtiger gaan we het energieveld dat we zijn, ownen. In essentie zijn we al heel, alles wat we nodig hebben is er al. We zijn als mens vaak gewoon te ingewikkeld geraakt totdat er iets blokkeerde. Het vergt moed, discipline en overgave aan het proces, maar door zielsbewustzijn worden we hierin gedragen en begeleid. Herinnerd; ‘ohja, dit was eigenlijk de bedoeling. Dit is de weg. Mijn weg. Om ons zo te kunnen ont-doen van het gevolg van de omstandigheden waardoor we connectie verloren. Regie nemen, in plaats van dat iets regie voert over ons en we daar onze kracht en macht nog aan weggeven. Intuïtief leven.

Dit was, is, mijn weg. Het veld dat ik nu inneem, het bewustzijn dat ik ben. Het filter waardoor ik de wereld nu zie. Mijn waarheid, en ik verkondig niet dé waarheid in pacht te hebben. Als deze woorden resoneren op een manier dat het (bijna..) aantrekkelijk is in plaats van belachelijk, dan ben jij er misschien ook klaar voor. Om werkelijk te kunnen gaan samenwerken met jouw lichaam, mind en geest. Terugwerken. Ont-doen. Heel worden.

Liefs, Eva