Spijt

Spijt is onverwerkt verdriet. Zo. Nu hoef je eigenlijk niet eens meer verder te lezen. Dit is de essentie van het verhaal. Lees vooral verder als je de gelaagdheid ervan interessant vindt. Spijt kan zo pijnlijk zijn, dat het een leven lang, zelfs levens lang, wordt meegedragen. Gezeuld. Bij een kind is er nog heel goed te zien wat er plaatsvindt; er gebeurt iets waarvan het kind iets anders had gehoopt. Een werkje wordt minder mooi, speelgoed gaat kapot of iets wat ze doen laat iemand die ze graag bij zich hebben, van hen weg bewegen. Een knoop zet zich vast van binnen; de wens dat ze iets anders hadden gedaan geeft een drukkend, knijpend, bijna misselijkmakend gevoel.

‘Ik heb iets niet goed gedaan’, wat heeft dit voor gevolgen?

Het mogelijke niet-geaccepteerd worden triggert onze diepste angsten; afgewezen worden, ergens niet meer bij horen, afgesneden worden van een fijne verbinding. Helaas is de reactie van de omgeving niet altijd even helend. Een ‘zo erg is het niet’ als er iets mislukt is, een sjagrijnige, afwijzende reactie als er iets kapot is of bijvoorbeeld een ‘tja, eigen schuld’. Wat er gebeurt is dat er een laag als een sluier over de spijt valt. Als er bagatelliserend wordt gereageerd is de intentie wellicht goed. Er is de wens om het nare gevoel en de emotie die gepaard gaat met de spijt, te stoppen. Goed bedoeld, maar het gevoel is helaas niet zomaar weg, terwijl iemand wel suggereert dat het kind zich eroverheen kan zetten. Een splijting vindt plaats; enerzijds doet het kind dit, want dit is blijkbaar de bedoeling. Al helemaal als er voor goede afleiding wordt gezorgd (lees; troostvoer of iets anders leuks). Anderzijds leert het kind het eigen gevoel als niet-leidend te zien; dit mag er niet zijn. Dit gaat ten koste van de verbinding met ‘het zelf.’

‘Wat ik voel, klopt niet’, zou de onbewuste imprint kunnen zeggen.

Wanneer de ouder of opvoeder reageert met boosheid raakt het eigen gevoel overspoeld door de boosheid van de ander en is er helemaal geen ruimte meer voor het gevoel van het kind. Sterker nog, in alle kwetsbaarheid komt de boosheid binnen- maar vertrekt niet meer. Dat noemen we bij therapie ‘internalisatie’. Het kind gaat de emoties van anderen opslaan, alsof er een onbewuste opdracht leeft dit te moeten of kunnen oplossen voor de ander. Een stuk extra lading bovenop iets wat in de basis al pijn gaf, en spijt opleverde. Het laatste voorbeeld, de ‘tja eigen schuld’, is als een grote schep extra op het verdriet dat er al was: de ultieme voeding voor zelfafwijzing. Het onbewuste idee niet goed genoeg te zijn, slecht of dom te zijn, nestelt zich al snel in ons systeem en vindt bevestiging in de daarop volgende situaties.

De overtuiging blijft sudderen en kan gedurende het verdere leven zorgen voor patronen waarbij we ver bij onszelf vandaan bewegen.

Ter voorkoming van nieuwe situaties waar deze pijn, dit verdriet of de woede uit voortkomen. Ter voorkoming van de afwijzing. Ver van authenticiteit vandaan, in onbewuste constructen die ervoor moeten zorgen dat we voor altijd dus wel goed genoeg zijn. Bij volwassenen herkennen we dan ook niet snel meer de pure kwetsbaarheid en de uiting van gevoelens die het met zich meebrengt. We worden slim, sterk, attent, sportief, geïnformeerd, intellectueel, grappig, dommig, enthousiast, rijk, succesvol, handig, hulpvaardig; er zijn vele, vele vormen waarmee we in het leven een persoonlijkheid zijn die goed gewaardeerd kan blijven worden. En daarmee veilig. Soms doen we eerder het tegenovergestelde: woedend worden op de ander, die ons weet terug te drijven in dit gevoel, met zijn/haar gedrag. Oorzaken buiten zichzelf gaan leggen en het wijzen met de vinger naar anderen wordt dan een veelgebruikte manier. Maar ze ontstaan helaas uit de pijn van afwijzing en vooral: het niet meer willen of zelfs kunnen voelen ervan. Er is geen goed contact meer met de diepere laag. Eenmaal volwassen zijn we dit allemaal vergeten, het leeft in ons onderbewuste. Maar die gevoelens van ‘toen’ hebben zich ergens vastgezet. Het bewustzijn van toen blijft ergens actief, vraagt om voeding en kost energie.  

Spijt is geen emotie. Spijt is ook niet het gevoel, dat lichaamsgevoel wat hoort bij het verdriet en de pijn die er is. Spijt is puur het vasthouden aan iets.

We roeren erin als een stoofpot, blijvend in de wens dat het anders was gegaan. Als het niet doorvoeld wordt, blijft het pruttelen. Zolang we in de wens kunnen leven dat het anders was gegaan, een soort illusie van hoop, hoeven we niet aan te gaan wat er werkelijk leeft in onszelf. Welke nare gevoelens er werkelijk bij horen. Vergeet niet de mogelijke loyaliteit die er nog bij kan horen; het misplaatste idee ook nog de nare gevoelens voor de ander te moeten helpen voorkomen. We zijn bang dat als de beerput eenmaal open gaat, die gevoelens nooit meer over gaan. Want hoewel de – meestal – iets eenvoudigere ‘kinderzaken’ misschien de kiem waren van dat wat langzaam in ons kon wortelen en zich ging voeden op dat wat het bevestigde, wordt het bij de grotere dingen nog heviger.

Spijt kan levens verwoesten.

We kunnen zo vastbijten in dat wat we niet meer kunnen veranderen, dat we niet meer verder komen. Wellicht beweegt een deel van ons nog wel verder, een ander deel dat het diepe verdriet nog bij zich draagt zit vast in het moment dat het ‘mis ging’. Regressie kun je niet voor niets ook wel ‘terug-naar-het-nu therapie noemen. Hoewel we teruggaan, halen we eerder iets op wat is blijven hangen. Zolang we spijt kunnen voelen, spijt om wat mis ging, om wat niet lukte, om wat we niet konden waarmaken, hoeven we onszelf niet onder ogen te komen. Dus blijven we liever vastzitten. Levens lang kunnen voorbij gaan in deze constructen. Het is de typische ongestorven bagage. Hoeveel mensen sterven er niet met spijt. We zijn zo goed in de dood vergoeilijken; de onmiskenbare ‘het is goed zo’. Als we intappen op het bewustzijn in onze voorouderlijn, dan is de realiteit echter heel anders. Ik ontdekte op mijn weg een enorm ‘spijtstuk’ van mijn moeder. Hoewel ik me allang een voorstelling had kunnen maken van hoe haar levenseinde was geweest was het toch echt heel anders om via een vooroudersessie te ontdekken waar zij nog steeds aan vasthield. Met een lichaam vol morfine als pijnbestrijding was de dood helemaal niet bewust beleefd. Was zij nog altijd in het idee iets te moeten waarmaken, ergens voor te moeten vechten – voor ons. Want aankijken wat er wérkelijk gebeurd was, alles wat er niet gelukt was in haar leven, falen in het moederschap vanwege meerdere verslavingen- die pijn zat zo ver weggestopt dat het door alle destructieve manieren niet eens meer bereikbaar was.

Laat ze nou net een dochter op de wereld hebben gezet wiens blauwdruk niet de weg van destructie, een bekende afslag in mijn familiesysteem, blijkt te zijn. Het bleek de weg van heling. En het absoluut schitterende aan diepe heling is: het verandert ons energieveld dusdanig dat behalve wijzelf, onze kinderen direct gaan meeprofiteren van deze ruimte. De lading die zij dragen verkleint, want wordt niet meer overschaduwd door de bagage van onze ouders. En voorouders. We ontladen spanningen zowel vooruit als terug. Er is moed voor nodig, vertrouwen in je eigen Zijnskracht en goddelijke timing. De poorten in het huidige collectieve bewustzijn staan wagenwijd open. Frequenties zijn toereikend. Wat een tijd. Geen spijt.

Liefs, Eva

Dat wat we willen

Waar komen onze verlangens vandaan? Niet zozeer het grotere plaatje, meer de kleinere, dagelijkse bezigheden. Hoe sterk is het nodig dat het vervuld raakt? Op stap, iets kopen, kijken of eten. Regelmatig sporten of reizen, veel werken. Ervaringen halen zoals met truffels, ademsessies of ayahuasca. Ook onze voorkeuren; veel doen of juist weinig, rust of gezellige drukte, lezen of luisteren, afwisseling of regelmaat: al die dingetjes waarvan je zou kunnen zeggen, ‘zo ben ik’. In eerste instantie is alles gewoon zoals het is, zo vind ik het fijn, zo wil ik het graag doen. We worden er blij van, voelen ons er beter door, het houdt ons in verbinding. Maar ondertussen is er misschien ook een knagend gevoel.. op een andere laag.

Want is het wel echt zo? Zit er niet een verdekt opgestelde ‘urge’ onder verborgen?

Nu wordt het interessant (als je het mij vraagt). Dit zijn de diepere lagen van als persoon op deze wereld zijn. Een briljante aanknoping voor zelfonderzoek. Om te ontdekken of het hier een vrije beweging of een verdekte strategie betreft, kunnen we onszelf het volgende afvragen. Wat als ik het niet meer doe? Niet een keertje hé, maar stel je helemaal voor dat je het allemaal niet meer zou doen. En kom dan met grondig eerlijke antwoorden. Als eerste werpt zich een laag bezwaren op; ‘nou, dan zie ik die vrienden misschien niet meer’, ‘dan mis ik iets’, ‘dan ben ik niet leuk’, dan verveel ik me’, ‘dan verlies ik conditie en word ik slap’, ‘dan bereik ik niks’, ‘dan zit ik vast’, ..dan weet ik niet wat ik moet doen. Oké. Dan is het tijd voor de volgende vraag. En als dat zo is? Voel dan eens goed van binnen, in je lijf. Komt er een onrust omhoog? Word je een beetje geïrriteerd, of juist lacherig? Begint dat ene trekje, wat je van jezelf kent als je een beetje onrustig bent? Dit betekent dat je goed zit. Blijf daarbij en luister dieper.

Je bezigheden helpen je dus deze onrust te vermijden.

Observeer jezelf tijdens dit proces, zonder oordeel. Ontdek jezelf. Dit is ook het punt dat je aandacht wellicht alle kanten op gaat schieten. Want het is helaas zo ontzettend normaal in deze wereld, dat we zorgen dat we weg bewegen van ongemak. We gaan in ons hoofd, in gedachten, in social media of dus in actie… maar: de aandacht gaat weg bij het ongemak in het lichaam. Dit is niet de meest makkelijke conversatie met onszelf, maar wel een van de meest belangrijke! Als we zoeken naar innerlijke rust, tenminste. Hoe kan innerlijke rust ruimte gaan innemen, als de plek bezet is door onrust?
Want eronder kunnen de meest rauwe antwoorden vandaan komen. Dit zijn de gebieden waar we met regressietherapie de poorten kunnen vinden naar het onbewuste verleden. Daar waar we echt eenzaam en alleen waren; daar waar we er niet bij hoorden. Daar waar we voelden dat we eigenlijk altijd net tekortschoten. Daar waar we ons onzichtbaar ervaarden, waardeloos, zwak of slecht.

Daar waar het pijn deed- maar we moesten ermee dealen.

Onze mind en strategieën in het leven zijn zó sterk, dat ze de beste verhalen kunnen opwerpen die de boel meteen weer gaan ‘oppoetsen’. Verantwoorden, verbeteren, zodat het meteen allemaal wel weer meevalt. Be aware on them. Het is goed bedoeld, maar het zijn onze beschermers die het beste met je voorhebben. Maar het is niet wie we werkelijk zijn. We zijn het bewustzijn zelf, dat dit innerlijk kan observeren. Het vergt training, aandachttraining, om onszelf beter te leren kennen en doorzien. Het bewustzijn dat we zijn is puur, eerlijk, wijs en licht. Het geeft ons de mogelijkheid door de strategie heen te kijken, ware gevoelens toe te laten, te vertrouwen dat dat voorbij gaat en dat we er krachtiger uitkomen.
Laat de verhalen die komen dus even voorbij gaan. Want wat er hier zo belangrijk is, is dat we we op deze manier kunnen ontdekken vanuit welke plek in onszelf onze bezigheden komen. Dat wat we willen. Zouden we alles kunnen laten varen en dan nog steeds koers kunnen ervaren en vertrouwen?

Zijn we echt vrij en volledig, ook als we onszelf ‘uitkleden’ tot de kern?

Omdat het hier om zoveel onbewuste processen gaat is de kans heel aanwezig dat dit allemaal niet vanzelf gaat, wie weet kom je wel in een gedachtenmolen terecht die je ook nog eens vertelt dat je eigenlijk meer zou moeten mediteren. (Ben ik overigens erg fan van, want dit is dus aandachttraining. Maar zelfs dit is een ‘mindfuck’, want: als je de oefening doet, ben je eigenlijk al in meditatie. Het gaat namelijk over aandacht hebben voor wat IS, niet het zitten en wachten op rust. Dat is alleen een prettig gevolg van regelmatige aandachttraining). We hebben over het algemeen gewoon niet zo door hoeveel we eigenlijk doen vanuit verborgen ‘pijnen’. Pijnen waar we eigenlijk met een half been nog in staan, maar waar we manieren voor hebben gevonden om het zoveel mogelijk buiten onszelf te houden. Eenmaal doorkrijgen dat het constructen zijn die we ooit ontworpen hebben ter afleiding van iets anders, kan leiden tot een enorme sprong in zelf-ontwikkeling. Mits we onszelf recht durven aankijken, want het kan gevolgen hebben als we eerlijk gaan zijn naar onszelf. Ik ging er zelf ook doorheen en ben nog altijd lerend; wat was het een rollercoaster, toen ik mezelf eenmaal in de gaten had. Nu ervaar ik mezelf vrij, ook al zijn er altijd praktische dingen die moeten gebeuren met een gezin en een leven in deze maatschappij, en pak de momenten die goed voelen.

Maar het hoeft niet meer.

Het kost ook eigenlijk heel veel energie, terwijl we vaak in de paradox leven dat het ons energie geeft. Die dingen, die we doen. Vinden we de mogelijkheid om dit gedrag af te breken ’to the bone’ en door het oude zeer heen te kunnen bewegen, dat is bevrijding. Er kan erkenning plaatsvinden voor dat wat er al die tijd onder leefde. Meer keuzevrijheid in elk moment is een gevolg, en het geeft een beweging waarin we meer trouw kan bestaan aan een groter deel van ‘het Zelf’. Dat is groei. Groei is niet altijd maar doorgaan, of pushen. Groei is ook niet steeds teveel doen en dan weer terugvallen. Groei is als een levensbeweging kan ontstaan vanuit geheelde delen. Misschien doen we wel bijna hetzelfde, maar het is toch heel anders.
We leven dan in meer spirituele staten van zijn zoals flexibel meebewegen, gelijkmoedigheid en vertrouwen. Authentiek zijn en doorzien. In het moment leven. Het blootleggen van onze onbewuste processen en de gidsing door onszelf heen is echt niet zo makkelijk, daarom kun je dit ook aangaan met sessies. Bewustzijn is één, ballast werkelijk afleggen een tweede..

Maar juist de verandermogelijkheid, dat is de ultieme katalysator in onze zielsprocessen!

Liefs, Eva