Goede voornemens

Een goed voornemen is het ideale recept voor zelfsabotage. Ik hoor je denken.. hoezo? Het is toch juist een mooie manier om met iets wat beter voor je is, te starten? Klopt, dat is het zeker. En hoe vaak lukt het, om een goed voornemen tot een duurzame nieuwe gewoonte uit te rollen? Helaas is dat niet negen van de tien keer; het zal eerder één op de tien keer zijn. Toch? Een goed voornemen is bedoeld om iets duurzaam aan jezelf te veranderen of verbeteren. Gedrag wat leidt tot een betere gezondheid of een beter persoon. Of gewoon om jezelf te bewijzen dat je het kunt. Waarom is het nodig? We zijn blijkbaar vervallen in gewoontes waarvan we weten dat het niet de beste keuze is. Niet zo gezond. We laten ons verleiden tot minder gezonde keuzes. Op korte termijn prettig, gezellig, lekker of comfortabel, op lange termijn minder fijn. Grappige instelling in onze hersenen die tot destructie kan leiden als we niet uitkijken; we zijn van nature pijnvermijdende wezens, dus alles wat moeite kost of ongemakkelijk is kiezen we niet zo snel. En we zoeken graag datgene op wat leidt tot overleving, dus voeding en voortplanting. Zijn we een beetje in doorgeschoten in deze maatschappij. Hoe komt het dan dat we makkelijk blijven hangen in gewoontes waar we eigenlijk niet blij mee zijn? Omdat er een valkuil in zit.

Eerst geeft het ons iets wat we op een bepaalde manier nodig hebben; vervolgens gaat het macht over ons uitoefenen.

Veel of slecht eten en alcohol moeilijk kunnen laten. Roken of andere verdovende middelen, meer online dan offline leven. Niet genoeg in beweging komen of trainen. Geen goede zelfzorg. Te druk of juist te geïsoleerd leven. Op welke manier dan ook; we proberen ergens méér voor te gaan dan ervoor. Willen onze prioriteiten veranderen. Om te begrijpen waar het gedrag begonnen is, moeten we terug in de tijd. Nog voordat het een gewoonte werd. Wat gaf het ons, ooit? Je kunt er makkelijk op antwoorden; ‘ja, gewoon, dit of dat.. zo ging dat’. Maar op een andere laag is niets toevallig, gewoon of per ongeluk. We zijn in het nu de uitkomst van alles ervoor. Laten we eens helemaal teruggaan naar onszelf als jong kind, die nog helemaal niets te maken had met dat gedrag wat later die valkuil wordt. In wat voor situatie groeiden we op? Wat heeft onze ouders gevormd, en hoe gedroegen ze zich tegen ons? Wat was wel de bedoeling en wat niet? Wat zijn de eerste dingen die we geleerd hebben over onszelf en de wereld om ons heen? Vanaf het allereerste moment toetsen we onszelf aan de reacties van onze opvoeders en omgeving: dit mag wel, dit mag niet. Zó moet het. Wat wordt er gevalideerd en wat wordt afgewezen? Met een beetje pech groei je op in een gezin waar dat zelfs tot agressie komt en met geweld duidelijk gemaakt wordt. In onveiligheid. Veel van onze keuzes zijn gebaseerd op de reacties vanuit onze omgeving, positief en negatief. Het lukt uiteindelijk vaker niet dan wel om je te confirmeren aan de verwachtingen.

We raken meer gewend aan begrenzing, beperkingen en leefregels dan aan onze vrijheid.

Aanpassen is ook evolutionair gezien een beter idee natuurlijk dan authentiek en vrij ontwikkelen, wat minder zekerheden geeft. Vanuit de fricties, ongemakkelijkheden of zelfs trauma van ‘moeten leren’ ontstaan in het onderbewuste denken van ons lichaam innerlijke opvattingen. Het raakt ingeprogrammeerd. Een programmering, als onderdeel van ons systeem als mens, is een kernovertuiging over onszelf of over de wereld. Iets dat je onder bepaalde omstandigheden bent gaan geloven. Ik doe het niet goed, ben niet goed genoeg. Ik ben de liefde en aandacht niet waard. Er is iets mis met mij. Ik ben slecht, dom of zwak. Waardeloos. En ook nog alleen. We horen, helemaal de generaties voor ons, helaas eerder waar we in falen of de schuldige van zijn (‘het komt door jou .. ‘), dan dat we het tegenovergestelde ingeprent krijgen. Dat klinkt misschien somber, maar hoe schitterend fantastisch je al bent zonder dat je ook maar iets hoeft te doen of zijn, lukt bijna alleen in de babytijd. Tegen de tijd dat je meer weerstand gaat bieden wordt je soms een vervelende spiegel. Ik weet nu als moeder zelf hoe moeilijk dat kan zijn. Totale machteloosheid en dan proberen emotioneel beschikbaar en volwassen te blijven is en blijft een uitdaging. Een minderwaardigheidsgevoel wordt helaas sneller geboren dan een stralend gevoel van zelfwaardering en bestaansrecht. Vorige generaties die moeilijke tijden kenden vinden dit ook logischer: je moet weerbaar zijn, bestand raken tegen het leven. Dat wordt op ons geprojecteerd, opgeslagen in ons lijf en in de epigenetica, onderdeel van het energetische veld dat we zijn. Ongetwijfeld zullen we als volwassenen deels hetzelfde doen. Zo jong als we zijn ontdekken we feilloos wat nodig is om kans te maken op die erkenning die we zoeken. Erbij horen, grappig zijn, zelfstandig zijn, hulpvaardig zijn, slim zijn, sterk zijn, succesvol zijn, de organisator zijn, een goede vriend(in) zijn, sportief zijn, bijvoorbeeld. Of door geld, spullen, eten, vakanties en uitjes of sociale contacten. In eerste instantie gaat het ons vaak goed af. We krijgen er een fijn gevoel van. Het tegendeel van de kernovertuiging bewijzen heeft succes.

We halen er iets mee wat we kunnen zien als goed alternatief van liefde. Het levert op.

Gaandeweg kan het lastiger worden en ontstaat een strategie op de strategie; nog wat meer van het nodige. Verdoven, afleiding, eten, meer vermijden, nog aan- of afweziger worden. Toch blijven doen wat we van onszelf verwachten ondanks dat het misschien uitput en we doorhebben dat het niet werkt. Hoe twijfelachtiger het wordt naarmate onze zelfafwijzing groeit, hoe krampachtiger de strategieën worden: we kunnen onszelf continue gaan verantwoorden, verdedigen, perfectionistischer worden, verantwoordelijkheden hoger opnemen, contacten vasthouden, schuld buiten onszelf leggen terwijl we ons eigenlijk schuldig voelen, steeds meer praten, zowel de innerlijke dialoog als in de buitenwereld. (dit laatste rijtje was mijn eigen persoonlijkheid, zoveel jaar geleden. Ik kwam met te weinig levensenergie uit mijn jeugd en kon nooit voldoen aan de standaarden van mijn opgebouwde strategieën. Ik ging handelen vanuit een leegte die steeds erger werd en raakte somber en uitgeput.) Het kunnen schaduwkantjes van onszelf worden die niet meer zozeer het beoogde doel behalen. Het vraagt telkens meer inspanning, waarbij inspanning betekent ook het toezeggen van al die dingen waarbij we makkelijk in het gedrag vervallen wat we eigenlijk niet meer willen, waaronder ‘gewoon gezellig’. Wat haar oorsprong kent als methode, keert zich tegen je en verkrijgt macht over je. Het allerbelangrijkste in dit verhaal en de weg naar de meest duurzame oplossing, begint dan ook bij inzien dat we het zijn gaan doen omdat we het nodig hadden en het de beste manier was om onszelf te helpen als mens. Precies om deze reden kunnen we het dus ook niet zomaar afleggen. Want wanneer zo’n overtuiging eenmaal goed ingenesteld is, wordt het met de bijbehorende strategie een zelfvoorzienend systeem: het patroon.

En patronen doorbreken.. dat is precies wat er nodig is om een goed voornemen te laten slagen.

Het geloof dat we op onbewust niveau zijn gaan aanhangen, is als informatie in ons lichaam opgeslagen en leeft in het onderbewuste door. Ten eerste: een programmering doet maar één ding en dat is zichzelf bevestigen. Wat we ook doen, het is nooit helemaal genoeg. Hoe oncomfortabel ook; dat is wat we zijn gaan geloven en wat we kennen. Dat is het filter op de realiteit geworden, waar ons RAS in de hersenen op gericht is. En als het dan gebeurt, wat betekent dat we dus steeds opnieuw ervaringen hebben waarin we hetzelfde tegenkomen, dan vindt er bekrachtiging plaats van de programmering. Dat we ons niet goed genoeg of afgewezen voelen, niet gezien, niet gehoord, gebruikt, niet gewaardeerd, de zwakste zijn of alleen gelaten worden. Het pijnlichaam groeit. Evenals de strategie. Want dat tenslotte is de instant actie die bezig is met het tegendeel bewijzen. Maar dat wat nog steeds gezocht wordt in het verleden; erkenning, liefde, aanwezigheid, aandacht.. wordt er niet mee gevonden. Bewust gezien kunnen we hier niet zomaar bij én het is mens-eigen, maar ons gedrag ontstaat vanuit strategie en aanpassing.

De crux is dat datgene wat je probeert af te leggen ooit tot stand is gekomen als alternatief voor liefde.

Terug naar goede voornemens. In jou is al een versie aanwezig die tot uiting wil komen, anders kwam je niet met het idee. Mentaal gaan we dat dus niet oplossen, in elk geval niet duurzaam. Het verstand wil wel, maar de opgeslagen info gaat niet mee. Omdat het een onbewust alternatief biedt. Het ons beschermt tegen de ongemakken die eronder zitten. Om dit te veranderen is het belangrijk dat de beweging ontstaat vanuit echte zelfliefde en zelfwaardering. Een herprogrammering van de kernovertuiging. Er helemaal mogen zijn, inclusief onvermogens en weerstanden, en dat ook kunnen voelen. Niets meer hoeven te veranderen. Helaas is dat er collectief veel te weinig. Het ideaalbeeld is te sterk; een ‘hoe hoort het’ bestaat nog steeds en ‘ergens bij horen’ is minstens zo sterk. Het mooier-maak laagje in de wereld wordt steeds lelijker en onechter, maakt steeds meer mensen onzeker. We doen teveel alsof. Wil je duurzaam veranderen, vind je dat moeilijk en verval je steeds in oud gedrag, dan helpt het om terug te gaan naar die periode dat we het nog niet opgegeven hadden. Dat er nog onbegrip en weerstand was op de beweging en projecties van de mensen die ons grootbrachten, in een zoektocht naar beschikbaarheid, erkenning en liefde. Ooit vochten we ervoor en is een deel van ons daar nog steeds. Ooit gaven we het op en namen we troostprijzen aan als alternatief voor liefde. Daar waar de leegte ontstaan is en de afleiding begonnen. Goede hulp is belangrijk, want zelf zit je ook met het denken vast in patronen en alleen het denken lost het niet op. Fysiek en emotioneel moet ook mee.

Toegeven aan- en doorvoelen van de rouw van het gemiste geeft een reset op de programmering.

Mensen zijn vooral mentaal ingesteld en gericht op doen, reageren, oplossen, willen begrijpen, ruimte vullen. Bij heling komt ook de kunst van juist niet-doen kijken, aanvaarding van wat is, ook als het pijnlijk is. Pas als we die delen van onszelf weer kunnen ontmoeten, weggestopt onder de schil die we aan de buitenkant gevormd hebben, weer terug durven in die kwetsbaarheid die er was voordat we die ooit afdichtten met onze strategieën, dat is waar de schat tot diepe innerlijke zelfwaardering verborgen ligt. Als we daar opnieuw kunnen thuiskomen dan zien we direct dat een goed voornemen een illusie is. Een illusie van verbetering, omdat de motivatie niet kwam uit de bron van liefde, maar uit innerlijke constructen om te blijven voldoen. Het is slechts de persoonlijkheid in onszelf die is opgestaan om ons door het leven met al haar uitdagingen te manoeuvreren, maar die ons heeft weggedreven bij de zachtaardige, allesomvattende staten van zijn. Als die persoonlijkheid dirigeert wat ‘we moeten verbeteren vanaf het nieuwe jaar’ komt dat vanuit een energie waar mentale kracht en forcering in zit. Het is zelfsabotage, omdat we ten eerste de patronen voeden die we innerlijk zijn gaan voeren, ten tweede omdat we precies datgene wat we nodig hadden of zijn gaan verwarren met liefde, aan de kant proberen te zetten. De oplossing van toen is ten slotte de valkuil van nu. De ooit gekwetste delen van onszelf zullen er nog gekwetster van raken, bang worden om nog meer kwijt te raken, nog meer vast willen gaan houden of nog harder gaan roepen.

Het oude zeer wat nog in het onderbewuste leeft weer in het bewuste brengen en ruimte geven, vraagt wat.

In veiligheid terugkomen in voelen, wat we steeds minder zijn gaan doen omdat we naar ons hoofd verhuisden. Daar, in dat moment voordat we ooit opgaven of waar we ervoor bleven vechten, komen we weer in aanraking met leven in plaats van overleven en liefde in plaats van een vermomming van liefde. Zo komt er nieuw licht op met een ander, ruimer bewustzijn. De variant die je onvoorwaardelijk neemt zoals je bent, waar je niets hoeft te fiksen aan jezelf, alles van je mag er zijn. Dat verandert alles. Je wordt zelf de volwassene die het niet persoonlijk neemt, niet hoeft te reageren vanuit onvermogens, bij je eigen struggles aanwezig kan blijven met geduld en vertrouwen, hoe onmogelijk we soms ook zijn als mens. Zo kan daar levenskracht terugkomen en een nieuwe voedingsbodem ontstaan voor verandering, omdat de programmering transformeert. En dát heeft de kracht om de strategie af te leggen. Naarmate het vertrouwen in de liefde groeit kan het gevecht om erkenning en voldoen, stoppen. Het is dan liefde van binnenuit geworden, in contact met een heel Zelf, onafhankelijk van de buitenwereld. Het is dan niet meer nodig om te roepen wat we allemaal zouden moeten doen, en wanneer, inclusief goede voornemens. Deze vernieuwde liefde in onszelf zou hierom glimlachen, beter weten.

Voelen wat de beste keuze is – gewoon in het Nu. Nu doe ik het anders, of niet. In elk geval niet pas overmorgen.

Eigenaarschap. Geen slachtofferschap meer van het gedrag wat macht over je wist uit te oefenen. We zijn al heel en hoeven niet meer om ons heen te grijpen naar bepaalde zaken, want we zien dat het een vertroebeling is van de werkelijkheid. Ineens kunnen we iets laten staan of ergens voor gaan, wat eerder niet lukte. In zelfliefde- en waardering zit prioriteit. In deze bron zijn we in staat om de moeilijkste patronen op te lossen. Voor mij was het de enige manier om mijn fysieke en mentale ongezondheid – na zoveel geprobeerd te hebben met mislukking en bevestiging op de programmering dat ik niet te helpen was- op te lossen. Het vergt toewijding en is geen quick-fix. Ingesleten paden in onze hersenen kunnen ons soms nog even misleiden, waarbij het nodig is om de nieuwe wijsheid te trainen. Maar het energetische patroon is veranderd, het onderbewuste denken verandert, onze filters op de werkelijkheid veranderen. Waar we mee resoneren verandert. Het brandpunt van bewustzijn wordt gericht op op de groei van kwaliteiten die verborgen zijn geraakt, op onze gezondheid, op de ultieme beleving van een lichaam hebben en er zorg voor dragen. Maar niet geforceerd. Eureka; dit is waar het werkelijk om gaat in een leefmodus in plaats van een overleefmodus. Eenmaal afgestemd op de innerlijke wijsheid en waarde, verandert de buitenwereld mee. Je transformatie zal ofwel anderen inspireren, ofwel anderen afstoten als het wordt afgewezen vanuit eigen projecties. We voelen weer, maar zijn ongevoeliger voor oordelen van buitenaf. Het is oké. We zijn nu beschikbaar voor onszelf, en vanuit daar ook meer voor anderen.

Goed voornemen, toch?

Liefs, Eva

Spijt

Spijt is onverwerkt verdriet. Zo. Nu hoef je eigenlijk niet eens meer verder te lezen. Dit is de essentie van het verhaal. Lees vooral verder als je de gelaagdheid ervan interessant vindt. Spijt kan zo pijnlijk zijn, dat het een leven lang, zelfs levens lang, wordt meegedragen. Gezeuld. Bij een kind is er nog heel goed te zien wat er plaatsvindt; er gebeurt iets waarvan het kind iets anders had gehoopt. Een werkje wordt minder mooi, speelgoed gaat kapot of iets wat ze doen laat iemand die ze graag bij zich hebben, van hen weg bewegen. Een knoop zet zich vast van binnen; de wens dat ze iets anders hadden gedaan geeft een drukkend, knijpend, bijna misselijkmakend gevoel.

‘Ik heb iets niet goed gedaan’, wat heeft dit voor gevolgen?

Het mogelijke niet-geaccepteerd worden triggert onze diepste angsten; afgewezen worden, ergens niet meer bij horen, afgesneden worden van een fijne verbinding. Helaas is de reactie van de omgeving niet altijd even helend. Een ‘zo erg is het niet’ als er iets mislukt is, een sjagrijnige, afwijzende reactie als er iets kapot is of bijvoorbeeld een ‘tja, eigen schuld’. Wat er gebeurt is dat er een laag als een sluier over de spijt valt. Als er bagatelliserend wordt gereageerd is de intentie wellicht goed. Er is de wens om het nare gevoel en de emotie die gepaard gaat met de spijt, te stoppen. Goed bedoeld, maar het gevoel is helaas niet zomaar weg, terwijl iemand wel suggereert dat het kind zich eroverheen kan zetten. Een splijting vindt plaats; enerzijds doet het kind dit, want dit is blijkbaar de bedoeling. Al helemaal als er voor goede afleiding wordt gezorgd (lees; troostvoer of iets anders leuks). Anderzijds leert het kind het eigen gevoel als niet-leidend te zien; dit mag er niet zijn. Dit gaat ten koste van de verbinding met ‘het zelf.’

‘Wat ik voel, klopt niet’, zou de onbewuste imprint kunnen zeggen.

Wanneer de ouder of opvoeder reageert met boosheid raakt het eigen gevoel overspoeld door de boosheid van de ander en is er helemaal geen ruimte meer voor het gevoel van het kind. Sterker nog, in alle kwetsbaarheid komt de boosheid binnen- maar vertrekt niet meer. Dat noemen we bij therapie ‘internalisatie’. Het kind gaat de emoties van anderen opslaan, alsof er een onbewuste opdracht leeft dit te moeten of kunnen oplossen voor de ander. Een stuk extra lading bovenop iets wat in de basis al pijn gaf, en spijt opleverde. Het laatste voorbeeld, de ‘tja eigen schuld’, is als een grote schep extra op het verdriet dat er al was: de ultieme voeding voor zelfafwijzing. Het onbewuste idee niet goed genoeg te zijn, slecht of dom te zijn, nestelt zich al snel in ons systeem en vindt bevestiging in de daarop volgende situaties.

De overtuiging blijft sudderen en kan gedurende het verdere leven zorgen voor patronen waarbij we ver bij onszelf vandaan bewegen.

Ter voorkoming van nieuwe situaties waar deze pijn, dit verdriet of de woede uit voortkomen. Ter voorkoming van de afwijzing. Ver van authenticiteit vandaan, in onbewuste constructen die ervoor moeten zorgen dat we voor altijd dus wel goed genoeg zijn. Bij volwassenen herkennen we dan ook niet snel meer de pure kwetsbaarheid en de uiting van gevoelens die het met zich meebrengt. We worden slim, sterk, attent, sportief, geïnformeerd, intellectueel, grappig, dommig, enthousiast, rijk, succesvol, handig, hulpvaardig; er zijn vele, vele vormen waarmee we in het leven een persoonlijkheid zijn die goed gewaardeerd kan blijven worden. En daarmee veilig. Soms doen we eerder het tegenovergestelde: woedend worden op de ander, die ons weet terug te drijven in dit gevoel, met zijn/haar gedrag. Oorzaken buiten zichzelf gaan leggen en het wijzen met de vinger naar anderen wordt dan een veelgebruikte manier. Maar ze ontstaan helaas uit de pijn van afwijzing en vooral: het niet meer willen of zelfs kunnen voelen ervan. Er is geen goed contact meer met de diepere laag. Eenmaal volwassen zijn we dit allemaal vergeten, het leeft in ons onderbewuste. Maar die gevoelens van ‘toen’ hebben zich ergens vastgezet. Het bewustzijn van toen blijft ergens actief, vraagt om voeding en kost energie.  

Spijt is geen emotie. Spijt is ook niet het gevoel, dat lichaamsgevoel wat hoort bij het verdriet en de pijn die er is. Spijt is puur het vasthouden aan iets.

We roeren erin als een stoofpot, blijvend in de wens dat het anders was gegaan. Als het niet doorvoeld wordt, blijft het pruttelen. Zolang we in de wens kunnen leven dat het anders was gegaan, een soort illusie van hoop, hoeven we niet aan te gaan wat er werkelijk leeft in onszelf. Welke nare gevoelens er werkelijk bij horen. Vergeet niet de mogelijke loyaliteit die er nog bij kan horen; het misplaatste idee ook nog de nare gevoelens voor de ander te moeten helpen voorkomen. We zijn bang dat als de beerput eenmaal open gaat, die gevoelens nooit meer over gaan. Want hoewel de – meestal – iets eenvoudigere ‘kinderzaken’ misschien de kiem waren van dat wat langzaam in ons kon wortelen en zich ging voeden op dat wat het bevestigde, wordt het bij de grotere dingen nog heviger.

Spijt kan levens verwoesten.

We kunnen zo vastbijten in dat wat we niet meer kunnen veranderen, dat we niet meer verder komen. Wellicht beweegt een deel van ons nog wel verder, een ander deel dat het diepe verdriet nog bij zich draagt zit vast in het moment dat het ‘mis ging’. Regressie kun je niet voor niets ook wel ‘terug-naar-het-nu therapie noemen. Hoewel we teruggaan, halen we eerder iets op wat is blijven hangen. Zolang we spijt kunnen voelen, spijt om wat mis ging, om wat niet lukte, om wat we niet konden waarmaken, hoeven we onszelf niet onder ogen te komen. Dus blijven we liever vastzitten. Levens lang kunnen voorbij gaan in deze constructen. Het is de typische ongestorven bagage. Hoeveel mensen sterven er niet met spijt. We zijn zo goed in de dood vergoeilijken; de onmiskenbare ‘het is goed zo’. Als we intappen op het bewustzijn in onze voorouderlijn, dan is de realiteit echter heel anders. Ik ontdekte op mijn weg een enorm ‘spijtstuk’ van mijn moeder. Hoewel ik me allang een voorstelling had kunnen maken van hoe haar levenseinde was geweest was het toch echt heel anders om via een vooroudersessie te ontdekken waar zij nog steeds aan vasthield. Met een lichaam vol morfine als pijnbestrijding was de dood helemaal niet bewust beleefd. Was zij nog altijd in het idee iets te moeten waarmaken, ergens voor te moeten vechten – voor ons. Want aankijken wat er wérkelijk gebeurd was, alles wat er niet gelukt was in haar leven, falen in het moederschap vanwege meerdere verslavingen- die pijn zat zo ver weggestopt dat het door alle destructieve manieren niet eens meer bereikbaar was.

Laat ze nou net een dochter op de wereld hebben gezet wiens blauwdruk niet de weg van destructie, een bekende afslag in mijn familiesysteem, blijkt te zijn. Het bleek de weg van heling. En het absoluut schitterende aan diepe heling is: het verandert ons energieveld dusdanig dat behalve wijzelf, onze kinderen direct gaan meeprofiteren van deze ruimte. De lading die zij dragen verkleint, want wordt niet meer overschaduwd door de bagage van onze ouders. En voorouders. We ontladen spanningen zowel vooruit als terug. Er is moed voor nodig, vertrouwen in je eigen Zijnskracht en goddelijke timing. De poorten in het huidige collectieve bewustzijn staan wagenwijd open. Frequenties zijn toereikend. Wat een tijd. Geen spijt.

Liefs, Eva