Projectie

In het werk als regressietherapeut zie ik regelmatig mensen die last hebben van aanzienlijk trauma. Die graag willen leven, maar nog in een modus van overleven zitten en daardoor niet verder komen. Trauma is niet wat er gebeurde zelf, het is je reactie die eruit voortgevloeid is. Zoals ik eerder mijn eigen weg aflegde ‘uit de problemen’, leerde en heling vond bij mensen wiens energieveld de voor mij juiste informatie bevatte, heb ik daarin nu voldoende beschikbaarheid voor anderen. Het is gewoon een feit: velen van ons hebben een jeugd gehad die niet helemaal de schoonheidsprijs verdient. Gedrag van familie of omgeving, omstandigheden en ervaringen hebben bijgedragen aan een vorming waar we uiteindelijk op een bepaald moment van balen. ‘Het is gewoon zo’ vertellen we onszelf, maar eigenlijk hebben we er last van en hebben we moeite om te bereiken wat we willen.

Toch zijn we geneigd om maar akkoord te blijven gaan met het verhaal zoals het is.

Het kan heel subtiel zijn, want ook het niet-uitgesprokene door de tijd heen kan zich nestelen. Van zaken zoals geweld weten we meteen al dat het tornt aan onze veiligheid, maar vorming ontstaat ook vanuit het onzichtbare. De ouder die geen verantwoordelijkheid neemt, maar vermijdt. Een slecht zelfbeeld heeft en zoveel mogelijk ‘doet zoals het hoort’. Geen oprecht oogcontact maakt, nors is. De broer of zus die altijd gemeen deed. Onze eigen belevingswereld die niet werd geaccepteerd (‘dat soort dingen bestaan niet’). Familiegeheimen. Onderhuidse spanningen. Later in het leven kan dit zich uiten in dat we ons regelmatig tegengewerkt voelen, op welke manier dan ook. Te weinig energie, fysieke klachten. We zijn gewend geraakt aan stress en spanningen, van onszelf of die van anderen. Aan bekritiseerd worden wellicht, of we moesten een rol innemen als verzorger in plaats van kind. Gewoon wegwezen, ook een optie, verdwijnen. Er was niet de support die we hadden kunnen gebruiken en we leerden te dealen met hoe het leven zich aandiende. Onze ‘basisinstellingen’. Eenmaal volwassen geworden definiëren we het met een verhaal erover. Volwassenheid zegt alleen iets over leeftijd, want ons bewustzijn is nog in de energie en tijd van ’toen’ achtergebleven doordat ons lichaam nooit bewust die modus heeft verlaten. Onze reactie erop leeft voort en geeft onbewuste sturing aan ons leven. Er zijn nog altijd de pijn, conclusies en overtuigingen over het leven en onszelf, strategieën van toen. Naar de onderstroom verdrongen weliswaar, maar in ons volwassen jasje nog steeds deel van het energiepatroon dat we leven.

Kernovertuigingen + strategieën = patroon. Hier en nu. Nog steeds. Onbewust.

Proberen te vergeten of bewust verbannen van al het reeds geleefde zal bestaande patronen alleen maar versterken. Omdat er nog niet voldoende zelfbewustzijn is, we nog niet bij machte zijn te veranderen wat we willen, gaan we vaak wijzen naar van alles buiten onszelf. Of beschermen, met een grenzeloze loyaliteit. (met: ‘zo is het nu eenmaal, ze deden wat ze konden’ hebben we vaak niet door dat we daarmee onszelf innerlijk dezelfde terechtwijzing geven als die wij vroeger kregen. We hoeven de strijd niet aan te gaan, het gaat erom dat we onszelf pas echt kunnen zien als we stoppen met de anderen in het verhaal te ontzien). We wijzen naar de mensen die ons of anderen respectloos behandelen. We wijzen naar de mensen die fouten maken. We wijzen naar instanties, situaties, familie, naar wat ons raakt, verdrietig of boos maakt. Naar wat er debet is aan onze eigen situatie of die van anderen. Oneerlijkheid snijdt tot in de ziel. Onrecht, we voelen ons onbegrepen en eenzaam. Terwijl we ondertussen hard ons best doen om er toch het beste van te maken, toch te voldoen aan een bepaald plaatje of een idee wat we hebben over wat we moeten bereiken. ‘Aan mij zal ’t niet liggen’. Maar ondertussen doe je meer dan je denkt.. en is hoe jij de ander afschildert iets waar je vooral jezelf mee aan het definiëren bent.

Er is een groot verschil tussen nu en toen. Vroeger was je misschien machteloos. Afhankelijk. Nu niet meer.

Het is een positie die ik zelf jarenlang met verve heb bekleed. Zo subtiel dat ik lange tijd niets doorhad. Wat ik deed, zonder dat ik daarmee mezelf schuldig maak. Want het gaat hier allesbehalve over schuld. De spiegels die mijn kinderen me gaven werden alleen steeds duidelijker. Mijn lichaam steeds verkrampter. De monologen in mijn hoofd waren echter niet alleen gericht op de buitenwereld; ergens onderweg bij de tweede therapie ontdekte ik dat die criticus die in me leefde, net zo goed op mezelf gericht was. Dat wat ik van mijn omgeving verwachtte, verwachtte ik net zo goed van mezelf. Daar waar ik anderen op afrekende, was ik diep vanbinnen eigenlijk mezelf aan het verwijten. Het is als de schaduw die met ons meebeweegt, maar buiten bereik blijft als we erin willen stappen. Het is is een kwestie van licht, wat naar binnen gericht kan worden in plaats van naar buiten.

Projectie. Daar waar we wijzen naar de ander, wijzen er drie vingers terug naar onszelf.

De onvrede die we op de ander afschuiven, leeft in eigenlijk onszelf. Waar we de ander voor waarschuwen is onze eigen angst. In de samenleving doen we het, het werkt door hele familielijnen heen, onze ouders projecteerden op ons, hun ouders op hen.. En zo nog verder terug. Dus: hoe ver terug willen we wijzen? Er is geen begin en geen eind. Er is alleen het huidige moment van ‘jij’ waar de verandering in kan plaatsvinden. Meestal met hulp, die je kunt aanvaarden op het moment dat voor jou de tijd rijp is. Als ik kijk naar projecties die mij vormden kan ik een hele rij opsommen. Dat ik egoïstisch was, ik moest er zijn voor de ander, geïnteresseerd zijn. Ik moest doorzetten, hard genoeg werken, opschieten, niet piepen. Moest zelfstandig worden, me aanpassen. Mezelf onder controle leren houden. Ruzies tot geweld aan toe, machtsvertoon vanuit machteloosheid, om maar duidelijk te maken waar ik me aan had te confirmeren. En dit is helaas niet ongebruikelijk achter alle huisdeuren. Onze ouders proberen van ons te maken wat ze zelf niet lukt. Of wat ze belangrijk vinden omdat het ze zelf hun bestaansrecht heeft gegeven. Gevolg? Bij mij vooral dat ik ging geloven dat ik slecht was (dit is zo’n kernovertuiging). Maar dat ontdekte ik pas veel later: tot die tijd leefde ik onbewust in de strategieën, het functioneren dat nodig was om te laten zien dat ik heus wel goed was. Geïnteresseerd en attent zijn bijvoorbeeld was belangrijk omdat ik anders dacht dat de ander mij stom en slecht vond, dat ze dan dachten dat ik hen niet waardeerde. Dus ik was die diepe innerlijke negatieve overtuiging eigenlijk steeds aan het weerleggen; zie je wel, ik ben goed. Hard werken en niet piepen: zie je wel, ik ben waardevol. En net zo goed als dat ik zo moest zijn, projecteerde ik dat op anderen. Mijn lijf begon te sputteren.. vermoeidheid, hartritmestoornissen, buikontstekingen, slapeloosheid.. en ga zo maar door. Kun je het hele medische circuit doorlopen, wat ik ook heb gedaan, maar de simpele uitkomst als je daarna nog niet genoeg verder bent gekomen is:

Zo zijn zoals je van anderen leert te moeten zijn, vraagt veel teveel.

Je hebt dus af te leggen wat je allemaal niet bent, om te ontdekken wat je wel bent. Ook hier komt ‘het verhaal waarmee je akkoord gaat’ om de hoek kijken als je goed oplet: hoe groot is de kans dat je nu een standpunt wilt gaan verdedigen bijvoorbeeld? Dat is een verhaal, neem het maar eens onder de loep. Welke overtuigingen kun je vinden? Natuurlijk hebben kinderen sturing nodig. Ze leren continue. Zelf ruimte nodig hebben om te bepalen, te struikelen, opnieuw op te staan. Oprechte interesse in hun belevingswereld, zonder oordeel of belering. Van mensen die gezond voorleven, niet alleen voor-vertellen. Die bestaansrecht voelen zonder dat dit gaat over beroep of bezit. Zichzelf liefhebben en vertrouwen. Dus waar ging dat mis, is de vraag als dit niet lukt vooral. Kinderen hebben die bron van vertrouwen nodig in hoe ze zijn, wie ze zijn. Vanuit vertrouwen kunnen ze meer groeien dan vanuit geprojecteerde angsten. Tot bloei komen op een eigen, unieke manier. Hier zijn vaak niet eens woorden voor nodig, het is een energetische bedding. Bovendien leren kinderen ons nog meer: kunnen wij ons helemaal vrij voelen, durven bewegen, ruimte innemen, tijd vergeten, lol hebben, werkelijk verwonderen? Hoewel we volwassen zijn, kunnen we ons eigen kind-zijn op een positieve en gezonde manier her-inneren.

Dat is de schoonheid die we weer terugvinden als het pijnlijke verdwijnt.

In het zelfonderzoek kunnen we bewegen van slachtofferschap naar eigenaarschap: de ander deed dat misschien; maar ik nam het aan voor waar, ging het geloven en paste mijn gedrag erop aan. Met eenzaamheid tot gevolg. Want als je kind bent, twijfel je niet zozeer aan de volwassenen, eerder aan jezelf. We zijn afhankelijk en er gewoon niet tegen opgewassen. ‘Als iedereen zo doet, zal ik wel gek zijn’. Maar wat weten de meeste mensen nou echt van zichzelf? Stel je eens voor, dat ‘Projectie’ een vak op de middelbare school zou zijn.. Hoeveel kinderen zouden dan het leven beter gaan begrijpen? Het zou al helpen zelfs terwijl je nog niets kunt veranderen. Als de tijd rijp is, kan de aandacht naar binnen toe keren om te durven kijken wat daar is, wat nooit is opgelost en onze vorming mede bepaald heeft. Om te ontdekken dat als we alles afleggen wat we ooit aangenomen hebben we daaronder juist heel mooi zijn. We veel wijsheid hebben opgedaan in het lijden en onze levensweg en deze dan ook helemaal kunnen nemen voor wat deze is. Dat onze waarde niet bepaald wordt door anderen, maar dat we in essentie allemaal een gelijke uitdrukking van het leven zelf zijn, in de vorm van een mens. Dat de ontspanning die het oplevert ons paradoxaal genoeg juist voorziet van betere, maar wel authentiekere kwaliteiten. Het vraagt ook wat om te zeggen dat je niet meer het product bent van je verleden; het is ten slotte ook heel spannend om terug in je kracht te komen en te gaan zijn zoals je wilt zijn, onafhankelijk de mening of beoordeling van anderen. Deze weg in het leven, verdwalen en de weg terugvinden, dat is pas een prijs.
Deze heb ik ook gewonnen, al was het niet in de vorm van een beker of lintje. Veel beter dan dat. Onbetaalbaar.


Liefs, Eva

Ander licht

Het is misschien moeilijk te geloven, maar ik ben in een staat van zijn geweest waarin ik liever niet meer leefde dan wel. Niet dat ik moedwillig een einde zou maken aan het leven, maar wel in een gedachtengoed en energiepeil wat vooral bezig was met overleven. Alles al snel te zwaar. Alles al snel te veel. Fysieke problemen. Vaak ziek. Somberheid. Doen alsof. Hard werken, maar waarvoor eigenlijk? Om er voor anderen te zijn en te laten zien dat ik ‘t kon, hoewel dit toen nog vrij onbewust in me leefde. Ik deed wel wat therapieën, cursussen en retraites en alles bracht me iets. Ik kon de klokken horen luiden, maar ik wist niet waar de klepel hing, zou je kunnen zeggen. Maar echt iets veranderen, dat niet. Voor de buitenwereld was er niet zoveel zichtbaar; ik functioneerde gewoon, en best wel succesvol ook. Kon lol maken, leuke dingen doen. Relatie, trouwen, alles.

In de onderstroom was het mat. Misschien zelfs uitgedoofd, of hooguit een waakvlammetje..

Heel kort door de bocht: het enige wat ervoor nodig was me van de problemen met mezelf te verlossen, was wakker te worden in een nieuw bewustzijn. Noem het mijn ziel, zielsbewustzijn, hogere Zelf.. het maakt niet uit. Maar het diende zich aan en was ruimer, lichter en wijzer dan wat ik daarvoor was. Dit gebeurde gedurende een periode, die zich kenmerkte door veel huilen, ontroering, het was als herinneren van iets wat ik vergeten was, maar wat er altijd is geweest. Vanuit daar kon ik terwijl ik gewoon Eva was, ook deze Eva aanschouwen. Voelen als mens en een helderweten hebben over wat ik te doen had, tegelijkertijd. Hoewel soms verwarrend omdat deze staat van zijn een hoop shifts met zich meebrengt, gaf dit de draagkracht om mezelf als de persoon die ik was, te gaan toe-eigenen. ‘Ownen’. In te zien dat mijn hele realiteit het gevolg was van mijn eigen doen en laten. Ik ben mijn eigen creatie. Mijn realiteit weerspiegelt slechts wat er onopgelost in mijn onderbewuste leeft. Energetisch had ik van alles uitstaan naar andere mensen, het bedrijf wat ik had, familiesystemen en vriendschappen die op oud zeer gebouwd waren. Dieper gelegen angsten vanuit waar dat ontstaan was; programmeringen (patronen) die vanuit daar opgebouwd zijn en alles op z’n plek houden. Een ‘oncomfortabele comfortzone’. Misschien niet zo sprankelend en fijn, maar wel veilig. Daar wist ik tenminste wat ik had. Gewoon maar hetzelfde doen, genoeg geld verdienen en werken tot ik met pensioen kan, af en toe een vakantie (die toch nooit de rust gaf die ik zocht), leuke dingen doen (wat toch nooit écht vervullend was). Het was voornamelijk vermoeiend en onvrij. ‘Bovendien is de wereld ook een verdorven plek’. Au.

Daar zat ik dan. Mijn beschadigde zelf. Niemand zou mij gaan geven wat ik nodig had om eruit te komen.
Totdat het licht van mijn zuivere bewustzijn erdoorheen ging schijnen..

Mezelf in het nieuwe licht bij elkaar halend, kwam er besef. Alleen IK kan er iets aan doen. Werkelijke verandering begint BIJ MIJ. IK doe het: de frustratie, verongelijktheid, depressie, manipulatie, woede, agressie, zieligheid. Maar ook de krachtige kanten: sterk zijn, slim zijn, grappig zijn, empathisch zijn; troost en hoop aan anderen bieden. Ik DOE alles zelf! Ook al heb ik altijd gedacht dat het door de ander komt, door de omstandigheden, door toeval; niemand vraagt van mij deze reacties. IK doe ze. Het is mijn eigen systeem, lichaam en geest, waarbinnen deze reacties opgeroepen worden. Dus wat maakt dan, dat dat gebeurt? Wat wordt er eigenlijk geraakt? Wat.. als ik het NIET doe? Kan ik dat?

Daar kwam ik aan op de lagen en thema’s die daar rustig -wie weet al hoe lang, want de ziel kent geen tijd- lagen te wachten totdat ik er wakker voor werd. Het onbewuste en onverwerkte wat er werkelijk toe deed. De hele buitenwereld, mijn omgeving, mijn dagelijkse realiteit.. slechts een weerspiegeling van wat daar in de schaduw lag. Het leed van ooit. Wat me hopeloos maakte, leeg, daar waar ik vergeten was wat liefde was. Zie me, hoor me, help me: ik lijd. Vertellen wat er allemaal aan de hand was, de ander onbewust proberen mee te nemen in mijn verhaal, te overtuigen van de zwaarte van mijn onmacht. En daarbij het gedrag wat ik mezelf onbewust toestond omdat het mijn schaduw was, afwijzen bij anderen. Projectie pur sang. In werkelijkheid deed ik continue een appèl op mijn omgeving om me te steunen daar waar ik het zelf niet kon. Daar waar innerlijke delen geen draagkracht meer hadden. Bevroren geraakt in de tijd, toen het leven zo pijnlijk was dat ik er wel weg van moést bewegen. Vanuit je lichaam in je hoofd gaan zitten. Met deze delen werken zonder het licht van mijn zielsbewustzijn maakte gewoonweg dat de toegang hiertoe juist verder afgesloten raakte. Ga iemand die alles oplost met een overbelaste mind (lees: controledrang) en diepe zelfafwijzing even cognitieve therapie geven. Wat denk je zelf? De constructen die opgebouwd waren vanuit overlevingsmodus, versterkten alleen maar!

Hoe kon ik liefde en draagkracht voor mezelf gaan voelen als ik überhaupt nauwelijks meer voelde?
Hoe kon ik een kleine Eva in therapie steunen als ik niet meer weet wat liefde is?
Hoe kan ik ontspannen als ik niet doorheb hoe mijn zenuwstelsel ingesteld staat?
Door welke energie ben ik ooit onbewust in beslag genomen in al mijn kwetsbaarheid?

Dat waren de vraagstukken die er werkelijk toe deden- doen. Bij gebrek aan het juiste licht zien we ze gewoon niet. We kunnen er niet naar kijken als we alleen in het donker zitten, of als we er zelf omheen blijven schijnen. Vanuit dit licht wordt het mogelijk om met de juiste begeleiding- de mensen met ruime levenservaring en een opgeruimd, doorleefd veld van belichaamde wijsheid- er zelf ook voor gaan. Van overleven naar leven. Van verdoofd naar voelen. Van niet-weten naar weten. Van angst naar vertrouwen. Van onvrij naar vrij. Deze weg is niet de makkelijkste weg, ook vraagt onze menselijke ervaring geregeld weer om nieuwe aandacht voor wat er werkelijk in ons leeft. Raken we weer een nieuw thema, een nieuwe laag. Vanuit het licht van de ziel bezien is het de enige weg. Verruimt het wakkere weten meer, dan is er opnieuw iets te doen. Maar het is het allemaal waard.

Wat het voor mij heeft betekend, en nog steeds: ik ervaar meer liefde, ruimte, rust en bestaansrecht dan ooit. Bezieling. Vanuit deze staat van zijn kan ik zoveel meer aan dan ik vroeger kon. Trouw zijn aan wie ik werkelijk ben, me overgeven aan het plan voor dit leven, voordat het ingewikkeld raakte door opgroeien, opgevoed raken en gestuurd worden. Verkrampt raken in een zenuwstelsel vol onveiligheid en weer terugbewegen naar veiligheid. Kan ik voelen wat waarheid is en wat niet en luisteren naar mijn innerlijke kompas. En mijn waarheid spreken, ook al is dat soms ongemakkelijk. Ik weet nu dondersgoed hoe het is om de ongemakkelijke persoon te zijn. Die waar argwanend naar gekeken wordt. Fine. Het leven wat je gecreëerd hebt is er altijd om je opnieuw in contact te brengen met datgene waarmee het ooit verbroken is. Want vanuit de dualiteit.. willen we altijd terug bewegen naar eenheid. Daar waar we heel zijn. Het kunnen ervaren van polariteiten in een menselijk bestaan is vanuit de Ziel bezien een voorrecht. Alle vormen van ongemak – de ‘negatieve’ staten van zijn- geven een spanningsopbouw die ontladen kan worden en geïntegreerd, als we dat echt willen.

Het vraagt moed, begeleiding en een innerlijk weten, maar onze pijn doorleven en transformeren tot belichaamde wijsheid is ons hoogste goed.

Onder alle frustratie, boosheid, verongelijktheid, vlakheid, depressie en andere manieren zit het onverwerkte leed van onszelf in dit leven, van onze ouders, voorouders en vorige levens. Opgekropte niet-authentieke energieën die ons in beslag hebben kunnen nemen. Wanneer we wakker kunnen worden en dit kunnen toegeven aan onszelf, onszelf onder ogen kunnen komen, kunnen we gebruik gaan maken van ons hogere bewustzijn. En kunnen we zoveel oplossen als nodig om licht en ruim te leven. Geen spirituele bypass. De enige weg is erdoorheen. Het stond nota bene nog op een tegeltje wat ik al jaren had hangen, die ik ooit kreeg van een oudoom die overleed. Ook die woorden in een ander licht! Van beunen naar steunen. Met geduld, vertrouwen en een ontspannen focus, kwaliteiten van ons hogere, zuiverder bewustzijn. Energie volgt intentie. En met dat lichtere energieveld wat we dan hebben, schijnen we in dat van anderen, waar bewust of onbewust iets wakker wordt. Dat is geen doel, het is slechts een gevolg. Waartegen we kunnen werken, of waarmee we kunnen werken.. de reactie is aan jou. Own it.

Liefs, Eva